“Small step for a man” viert gouden jubileum

Foto NASA / N. Armstrong

Op 21 juli 1969 zette Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan. Zijn gevleugelde woorden “One small step for man, one giant leap for mankind” gingen het collectieve geheugen in. Vijftig jaar na de eerste maanlanding blikken we graag nog eens terug op die historische gebeurtenis.

Op 16 juli 1969 zagen duizenden toegestroomde bezoekers in Houston de Apollo 11, met Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins aan boord vertrekken richting maan. Vier dagen later keek Collins vanuit het ruimtevaartuig toe hoe Armstrong en Aldrin de maanlander Eagle loskoppelden en de landing inzetten. Hoewel de computer in de Eagle foutmeldingen spuwde en een ongeschikte landingsplaats selecteerde, wist Neil Armstrong met handmatig sturen de Eagle op 20 juli 1969 om 15u17 plaatselijke tijd in Houston veilig te landen. Na zes uur acclimatiseren stapte Armstrong als eerste uit.

v.l.n.r. Neil Armstrong, Michael Collins en Buzz Aldrin

In België is het op dat moment al diep in de nacht. Naar schatting 600 miljoen mensen wereldwijd waren, aan hun televisiescherm gekluisterd, getuige van het historische moment. Op de maan plantten Armstrong en Aldrin de nationale vlag van de VS en verzamelden stenen voor onderzoek. Ze telefoneerden ook kort met president Richard Nixon. Armstrongs laatste opdracht was het achterlaten van een klein pakket gedenktekens ter nagedachtenis aan de omgekomen Sovjet-kosmonauten Joeri Gagarin en Vladimir Komarov en de Apollo 1-astronauten Gus Grissom, Ed White en Roger B. Chaffee.

Neil Armstrong

Met die ene stap werd de nogal kleurloze astronaut Neil Alden Armstong eensklaps wereldberoemd. Hij werd geboren in 1930 op een boerderij in een klein stadje in de VS en moest in zijn jeugd vaak verhuizen, wat zijn fascinatie en liefde voor vliegen aanwakkerde. Op zijn zestiende had hij zijn pilotenbrevet al op zak, eerder dan zijn rijbewijs. De ambitieuze jongeman ging bij de luchtmacht en diende tijdens de Korea-oorlog als gevechtspiloot. Nadien werd hij testpiloot bij het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA. Pas bij zijn derde poging werd hij in 1962 geselecteerd als astronaut.

Zeven jaar later zou hij dan samen met Buzz Aldrin meer dan twee uur op de maan rondwandelen. Een jaar na zijn ‘moment de gloire’ verliet hij NASA om les te geven en in de privésector munt te slaan uit zijn bekendheid. Hij schuwde de belangstelling en leefde de laatste jaren van zijn leven op een rustige boerderij in zijn thuisstaat Ohio. In 2012 stierf Armstrong op 82-jarige leeftijd. Zijn lichaam werd gecremeerd en de as werd op zijn vraag uitgestrooid over de Atlantische Oceaan. De andere twee bemanningsleden van Apollo 11 zijn wel nog in leven.

Space race

Er is ook een belangrijke politieke component aan de maanlanding. Het beslechtte de zogenaamde ‘Space race’ tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie in het voordeel van de Amerikanen. De ruimtewedloop was een manifestatie van de onderlinge rivaliteit tussen de twee grootmachten tijdens de Koude Oorlog. Beide partijen zagen in de ruimtevaart een kans om niet alleen technische, maar ook ideologische superioriteit te kunnen aantonen. Het was president John F. Kennedy die niet lang na zijn aantreden in 1961 de ambitie uitsprak om voor het eind van het decennium een man veilig naar en terug van de maan te brengen. Niet lang daarvoor had de Sovjet-Unie de Amerikanen een serieuze hak gezet door als eerste een mens – Joeri Gagarin – in de ruimte te brengen.

Na de Apollo 11-missie zouden de Amerikanen nog zes maal mensen naar de maan sturen. Het peperdure project, dat in essentie alleen maar was opgezet om de Sovjet-Unie af te troeven, verloor na de maanlanding snel publieke steun en het NASA-budget werd spoedig stevig beperkt.

 

De formidabele erfenis van de maanlanding blijft echter ook 50 jaar na datum als een huis staan. Een van Armstrongs favoriete felicitaties kwam van onze eigen koning Boudewijn, die hoopte dat de maanlanding “meer gerechtigheid en geluk aan de mensheid» en «een hechtere broederschap tussen mensen” zou brengen. Dat sentiment leefde toen ook echt wereldwijd. Achteraf kunnen we stellen dat de gehoopte wetenschappelijke voordelen van de landing niet alle volkeren ten goede is gekomen, en op wereldvrede blijft het nog wel even wachten. In de collectieve geesten zal die onwaarschijnlijke prestatie van Neil Armstrong op 21 juli 1969 wel blijven voortbestaan als het ultieme testament van onze kunde, zolang een mens het ondermaanse bewoont.