SOUNDCHECK. Indiecrooner Richard Hawley over ‘Further’: “Mijn songs zijn als spek waar al het vet is afgesneden”

SOUNDCHECK. Indiecrooner Richard Hawley over 'Further':
Foto Chris Saunders

Elf nummers die aftikken rond de drie-minuten-grens en energiek verbonden worden door een gezonde dosis optimisme. Sheffield-icoon Richard Hawley toont op zijn achtste studioplaat ‘Further’ dat een man van 52 niets aan snedigheid hoeft in te boeten.

Ik was nog maar enkele noten ver in opener ‘Can’t Get You Off My Mind’ en werd al gevloerd door je wild om zich heen schoppende gitaar.

“Dat is ook de bedoeling van ‘Further’. Een gezonde dosis rock is me niet vreemd en met mijn vroegere band The Longpigs of als huurling bij Pulp hoefde het helemaal geen ingetogen feestje te zijn. Fans die me enkel kennen van mijn solowerk zullen best verrast zijn. Maar het voelde gewoon juist aan om te spelen alsof het je laatste dag op deze planeet zou zijn. En alles niet langer dan drie minuten waardoor de hele plaat onder de veertig minuten blijft. Heerlijk ook om zo’n trashy sound uit je gitaar te horen komen. En ik wilde ook weten of ik een boodschap of een bepaald gevoel als een kogel naar de luisteraar kon afvoeren. Ik voelde me ergens terug een teenager die met zijn eerste bandje een album mag opnemen. Ik was op zoek naar die energie en heb ze ook gevonden.”

Werd die energie deels ook gevoed door de sfeer van je geboorteplaats Sheffield?



“Absoluut. De opnames vonden plaats in Sheffield en dat hoor je. Ik kan eigenlijk overal ter wereld een plaat opnemen, maar nergens voel ik mijn ‘mojo’ zo sterk als daar. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me daar bewust van ben. Ik hoef niet naar New York of Los Angeles te verkassen om daar een ander zijn ‘mojo’ af te kopen. Ik ben een ‘Sheffield guy’ met ‘Sheffield emotions’. Dat werkt het beste. Zelfs zo’n zestig kilometer verwijderd van mijn stad voel ik me al ontheemd.”

Die stad eer je na al die jaren ook met ‘Standing At The Sky’s Edge’, een musical vernoemd naar je zesde plaat. Ben je meteen aan boord gesprongen toen men om je medewerking vroeg?

“Ik heb eerlijk gezegd toch even met mijn ogen geknipperd, want een musical is echt wel een ver-van-mijn-bed-show. Maar hoe langer ik er over nadacht, hoe aantrekkelijker het idee leek. Het verhaal volgt drie generaties lang het leven van drie families die in Park Hill wonen. Die wijk werd in volle naoorlogse euforie gebouwd en zou een modelsamenleving worden voor gezinnen in Sheffield. Die euforie veranderde tijdens het Tatcher-regime in pure gelatenheid en agressie waardoor Park Hill een zone werd waar niemand kwam die er niet woonde. Rond de eeuwwisseling kwamen er meer en meer jonge gezinnen van verschillende nationaliteiten op zoek naar een betaalbare woning. Daardoor werd het weer een leefbare wijk. Eigenlijk is het een lokaal verhaal dat globale problemen belicht en ook dat heeft me over de streep getrokken. Het is best wel vreemd van mijn songs te horen in een musicalversie, maar het zijn allemaal uitstekende vocalisten die ook prima acteren.”

Hoe evolueert dat verlangen om uit je comfortzone te treden naarmate je ouder wordt?

“Ik wil niet heel mijn leven geassocieerd worden met songs die dankzij mijn bariton een hoog croonergehalte hebben binnen een indie – of popcontext. Je laat mijn naam vallen en meteen hoort iemand daar weidse violen. En eigenlijk is amper 10% van de songs binnen mijn oeuvre van zo’n breed arrangement voorzien. (lachend) Dat beeld mocht wel eens bijgesteld worden. Maar het klopt wel dat ik mezelf serieus in vraag heb gesteld toen ik vijftig werd. Ik had nood aan andere creatieve uitdagingen zonder daarom meteen voor een beroep als metser of loodgieter te kiezen. En na bijna vier decennia toeren over heel de wereld wilde ik wel eens thuis blijven om mijn kinderen te zien opgroeien. Daardoor ben ik ook voor film beginnen schrijven. Denk aan ‘Funny Cow’ uit 2018 of het nog te verschijnen Denmark’. Verder heb ik ook nog een theaterproductie gedaan en al die zaken maakten me zeker rijker en meer ervaren als muzikant. Ik wilde geen ouwe zeikerd worden die op veilig blijft spelen. Niets zo zielig als verveeld geraken van jezelf.”

Is ‘optimisme’ dan één van de sleutelwoorden op ‘Further’?

“Ik ben er bewust naar op zoek gegaan en ben dan ook verheugd dat mensen dat opmerken. We worden dag in dag uit murw gebombardeerd met allerlei onheilsberichten en verschrikkelijke beelden. Als je je daar volledig door laat inpalmen kruip je onder de eerste beste steen en kom je er nooit meer van onderuit. Ik wilde wat tegengif aanreiken en de kracht van liefde en vertrouwen extra belichten.”

Schrijf je nog steeds elke dag?

“Zo goed als. Ik wil de kraan niet dichtdraaien en dan heb je nood aan nieuwe ideeën. Een nummer als ‘Not Lonely’ verhaalt over mijn verlangen dat mijn kinderen een eigen stek zullen vinden. Een plek waar ze zich veilig voelen en tot volle ontwikkeling kunnen komen. Maar dat wordt steeds moeilijker. Heel wat jonge mensen kunnen zich geen huis meer veroorloven. Je privacy komt steeds meer in gevaar, het klimaat vreet aan hun toekomst… En toch wil ik hen een hoopvolle boodschap aanreiken, anders stopt het voor iedereen.”

Wat is de grootste sprong die je als songschrijver hebt gemaakt de laatste jaren?

“Het feit dat ik alle ballast makkelijker kan afschudden en zo naar de kern van een song geraak. Mochten mijn songs een plakje bacon zijn, dan eet je nu enkel het lekkerste spek en is alle vet er al afgesneden.”

Over vet gesproken. Je ziet er patent en goed in vorm uit. Tell me your secret, mister Hawley.

(lachend) “Dat komt omdat ik net als jou nog al mijn haar heb. En je ziet nog geen ‘monnikenbloempotvorm’ op mijn kruin. Ik vertrouw er dan ook op dat ik mijn haar nog wel zal behouden de volgende decennia. En om een opkomend buikje tegen te gaan, kan ik maar één raad geven. Koop een hond en wandel zoveel als je kan. Ik zie mezelf niet in een gym staan zweten. Geef mij maar de bossen rond Sheffield. Het is net tijdens die lange wandelingen dat ik de beste ideeën krijg.”

Dirk Fryns

‘Further’ is nu uit bij BMG Rights Management.