Duitstalige gemeenschap heeft al nieuwe meerderheid

Duitstalige gemeenschap heeft al nieuwe meerderheid

Na slechts twee dagen onderhandelen heeft de Duitstalige gemeenschap een nieuwe coalitie voor de komende vijf jaar. Ondanks het verlies van een zetel, breidt de meerderheid van PdoDG, PFF en SP een vervolgstuk aan de vorige legislatuur. “Met 13 van de 25 zetels beschikken we over een nipte meerderheid. We hadden voor de verkiezingen aangegeven dat deze coalitie zou worden voortgezet indien de kiezer het zou toelaten. Dat is het geval. We hebben niettemin geprobeerd de meerderheid te verbreden met een vierde partner, namelijk Ecolo. Die was niet bereid in een coalitie met vier te stappen”, zegt Olivier Paasch, die zichzelf opvolgt als minister-president.

In de Duitstalige gemeenschap haalde ProDG, de partij van Paasch, opnieuw 6 zetels. De socialistische SP bleef gelijk op 4 zetels, terwijl de liberale PFF-MR een zetel verloor en op 3 zetels uitkwam. De grootste oppositiepartij, het christendemocratische CDP, verloor eveneens een zetel en kwam uit op 6 zetels. Volgens Paasch was een coalitie met CSP of Vivant (3 zetels) niet wenselijk.

De vier uittredende ministers – Oliver Paasch (ProDG), Antonios Antoniadis (SP), Harald Mollers (ProDG) en Isabelle Weykmans (PFF) – behouden hun mandaat. Karl-Heinz Lambertz (PS) wordt parlementsvoorzitter, terwijl Alexander Miesen (PFF) tot 2022 in de Senaat zal zetelen. Nadien wordt zijn zitje in het rode pluche ingenomen door Gregor Freches.

Paasch wordt onder meer bevoegd voor de lokale besturen, financiën en begroting, binnen- en buitenlandse betrekkingen, infrastructuur, institutionele hervormingen en klimaatbescherming. Antoniadis krijgt de portefeuille sociale zaken, gezinsbeleid en gezondheid, maar ook de nieuwe bevoegdheden huisvesting, ruimtelijke ordening en energie.

Weykmans is de komende vijf jaar bevoegd voor werkgelegenheid, cultuur, jeugd, media en digitalisering, terwijl Mollers onderwijs, opleiding en wetenschappelijk onderzoek onder zijn hoede heeft, net als kinderbeleid en middenstand.

bron: Belga