WHO wil tegen 2030 helft minder slachtoffers door slangenbeten

WHO wil tegen 2030 helft minder slachtoffers door slangenbeten

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een rapport klaar over de strategie voor de preventie en controle van vergiftiging door slangenbeten. Het ambitieuze doel is om het aantal doden door – en invaliditeit ten gevolge van- tegen 2030 te halveren. Artsen Zonder Grenzen (AZG) laat woensdag in een persbericht weten dat het blij is met de langverwachte publicatie van het rapport. Elk jaar worden wereldwijd ongeveer 5,4 miljoen mensen gebeten door een slang en worden 2,7 miljoen mensen vergiftigd, met 100.000 doden en 400.000 invaliden tot gevolg. Slangengif treft vooral armen zoals migranten en vluchtelingen en landbouwers en is nummer één op de lijst van vergeten tropische ziektes van WHO.

Artsen Zonder Grenzen ziet de desastreuze impact van een slangenbeet op haar slachtoffers, hun familie en gemeenschappen op vele plaatsen waar ze werken. “Behalve dood en ernstige handicaps lijden slachtoffers van een slangenbeet ook aan stigma en discriminatie. Daarnaast geraken families in de schulden wanneer ze een behandeling zelf moeten betalen.”

Bovendien, zo zegt de organisatie, is het wereldwijde antwoord op deze ziekte tot op heden ontgoochelend. “De pogingen die de laatste dertig jaar ondernomen zijn om de crisis aan te pakken hebben gefaald en de fondsen om de ziekte te behandelen zijn tot op heden onvoldoende. Het zijn nog steeds de slachtoffers zelf die voor hun behandeling moeten betalen.”

AZG is dan ook voorzichtig optimistisch dat de strategie van WHO een keerpunt kan betekenen in de strijd tegen slangenbeten. “Iedereen moet dit momentum aangrijpen om onnodige doden door slangenbeten voor eens en altijd een halt toe te roepen”, zegt Julien Potet, beleidsmedewerker van de Access Campaign van Artsen Zonder Grenzen.

De WHO beveelt in het rapport onder meer aan dat de bestaande en toekomstige behandelingen veilig en betaalbaar moeten zijn. Het rapport bevat ook ambitieuze plannen om het aantal behandelingen en de toegang tot antigif aanzienlijk te verhogen in de getroffen regio’s. De Wereldgezondheidsorganisatie hamert ook op het belang van preventie, eerste hulp, en betere behandeling door opleiding en training van lokaal medisch personeel. Klinische begeleiding moet voorts zorgen voor correct gebruik van antigif om verkwisting tegen te gaan.

bron: Belga