Genocide Rwanda – Verzoening in Rwanda is een oppervlakkige verzoening

Vijfentwintig jaar na de genocide in Rwanda maakt het regime in Kigali zich sterk dat Hutu’s en Tutsi’s zich met elkaar verzoend hebben. Volgens een eigen barometer van het regime zit de bevolking op 92 procent verzoening. Laurien Ntezimana, een theoloog die met zijn organisatie AMI (Association Modeste et Innocent) net rond die verzoening werkt in Rwanda, stelt echter vast dat het gaat om een “oppervlakkige verzoening”. “Wij weten dat deze kwestie absoluut niet opgelost is. Wie een beetje aan die oppervlakte krabt, zal zien dat het probleem er nog altijd is.” “De regering heeft zich tevreden gesteld met de fysieke reconstructie van het land: het materiële, de infrastructuur, goede wegen, water, elektriciteit…”, stelt Ntezimana. “En daarin slagen ze echt, maar dat is slechts de hardware, het externe niveau. Het is ook niet de rol van de regering om op het interne niveau, het bewustzijn, te werken. Er zijn andere instellingen die daarrond kunnen werken, zoals de Kerk, het ministerie van onderwijs. Maar hebben zij daarvoor de juiste instrumenten? En gaan zij diep genoeg?”
Met AMI probeert Ntezimana te werken aan de software. De filosofie van AMI is het promoten van de Rwandese variant van “ubuntu”. Via de opleiding van individuele personen probeert de organisatie hele gemeenschappen, en zo uiteindelijk het hele land, daarvan bewust te maken. Daders en slachtoffers worden, na een apart traject, samengebracht met als doel het samenleven weer mogelijk te maken.
Ntezimana noemt de filosofie van het regime, die draait rond “Iedereen Rwandees”, een goede filosofie. “Maar ook daar geldt: ze moet goed uitgevoerd worden”, meent de theoloog. Momenteel heeft regerinspartij FPR de Rwandese samenleving sterk onder controle. “Hun redenering is dat, als ze de greep lossen, de samenleving alle mogelijke richtingen uitgaat. Ze willen die greep pas lossen als er genoeg cohesie is. En ze beseffen dat die er vandaag niet is: in al onze buurlanden is er sprake van groepen die het op Rwanda gemunt hebben. We zijn terug bij af.”
Na de genocide werd Ntezimana hier en daar een nationale held genoemd omdat hij als Hutu Tutsi’s had beschermd voor de genocidairs. Maar al in 1994 schreef hij een artikel waarin hij de nieuwe machthebbers wees op het klimaat van angst die zij in het land verspreidden. In 2000 richtte hij AMI op, maar twee jaar later werd zijn organisatie verboden en werd hij een maand opgesloten omdat hij een bedreiging zou vormen voor de staatsveiligheid. Intussen kan hij zonder obstructies werken, al zegt hij wel te weten dat hij in het oog gehouden wordt.
AMI is een partnerorganisatie van de Belgische ngo’s 11.11.11 en Broederlijk Delen. Ook in de Canvas-reeks “Terug naar Rwanda” duikt Ntezimana nog op.

bron: Belga