Klimaatvriendelijke mobiliteit is haalbaar door overheidsgeld voor auto te verschuiven

Wie iets wil doen aan het klimaat, moet de stijgende uitstoot van broeikasgassen door het verkeer aanpakken. Een klimaatvriendelijke mobiliteit realiseren is haalbaar door overheidsgeld voor de auto te doen wegvloeien naar alternatieven zoals de fiets en het openbaar vervoer. Dat blijkt uit een studie door Transport & Mobility Leuven (TML) in opdracht van Greenpeace en partners Trein Tram Bus, Fietsersbond, Bond Beter Leefmilieu en GRACQ. TML berekende een beleidsscenario voor 2030. Dat berust op drie pijlers: de invoering van een slimme kilometerheffing, de afbouw van de salariswagen en het afschaffen van het fiscale voordeel voor professionele diesel. De inkomsten die daaruit voortvloeien, worden geïnvesteerd in openbaar vervoer en fietsinfrastructuur. “In het scenario van TML daalt de CO2-uitstoot met 22 procent in 2030. Krijgen we er gratis bij: minder luchtvervuiling, minder gereden kilometers, minder ongevallen en files”, stelt Joeri Thijs van Greenpeace.
Volgens Thijs zijn een afbouw van de salariswagen en een versterking van de alternatieven bovendien sociale klimaatmaatregelen die iedereen ten goede komen. “Vandaag heeft 13,5 procent van de werkende bevolking een salariswagen. In het alternatieve scenario zullen alle werknemers, dus ook de 86,5 procent zonder salariswagen, kunnen genieten van een hoger nettoloon dankzij een verlaging van de lasten op arbeid.”
De daling van iets meer dan 20 procent in CO2-uitstoot zet België een flink eind op weg om de kloof met de ambities in het klimaatakkoord van Parijs te overbruggen. Maar bijkomende maatregelen zijn nodig. “Een versnelde elektrificatie van een gereduceerd wagenpark dankzij een uitstapdatum voor auto’s op fossiele brandstof, de betonstop, lokaal parkeerbeleid en vol inzetten op autodelen en andere innovaties in onze mobiliteit zijn belangrijke bouwstenen. De oplossingen liggen op tafel, de tijd van treuzelen is voorbij. De volgende regeringen moeten klimaatregeringen worden”, houdt Joeri Thijs voor.

bron: Belga