Genocide Rwanda – “Wie genuanceerd verhaal vertelt, wordt als negationist weggezet”

Johan Swinnen, oud-ambassadeur in Rwanda, noemt het stuitend dat iemand die het genuanceerde verhaal probeert te vertellen over wat zich in 1994, en de jaren voordien, in Rwanda afspeelde, al snel wordt weggezet als een revisionist of negationist. “Ik vind het onrechtvaardig om te zien hoe sommige mensen, die het goed voor hebben met het land en daarom bepaalde vragen stellen, worden aangepakt”, zegt Swinnen in een gesprek naar aanleiding van de 25e verjaardag van de genocide. “Iemand die zegt dat ook Hutu’s mogen rouwen, wordt onmiddellijk in een bepaalde hoek gezet. Ik vrees dat die houding hen zuur kan opbreken.” Bijna vier jaar lang woonde en werkte Swinnen in Rwanda, vanaf de zomer van 1990 tot april 1994. Enkele dagen na het losbarsten van de genocide, op 12 april ’94, verplichtte Buitenlandse Zaken de ambassadeur om het land te verlaten, omdat hij een doelwit was voor de genocidairs. Dat belet hem niet om een genuanceerd verhaal te vertellen over de gebeurtenissen die leidden tot de genocide. Hij sluit de ogen niet voor de rol die toenmalig president Juvénal Habyarimana speelde, mee onder invloed van zijn schoonfamilie.
Tegelijk is hij ook niet blind voor wat er langs de andere kant gebeurde. “Daarmee wil ik het extremisme geenszins goed praten, integendeel”, klinkt het. “Maar het mag ook gezegd dat door de invallen van de rebellen van het FPR, het Rwandees Patriottisch Front van Paul Kagame, een zevende van de bevolking ontheemd werd. Dan ga je je misschien wel afvragen: er waren misschien wel redenen waarom het land radicaliseerde. Dit waren teeltbodems voor extremisme. En nogmaals: daarmee wil ik dat extremisme niet goedpraten.”
Swinnen moet vaststellen dat wie die nuance brengt of vragen stelt, te maken krijgt met onrechtvaardige kritiek. “Het zal me misschien kwalijk genomen worden, maar het lijkt alsof zij, om zichzelf te legitimeren, nood hebben aan een zelf uitgeroepen vijand. Het idee lijkt te zijn: dat is een tegenstander, misschien zelfs een vijand, dus die moeten we bekritiseren want dat is een revisionist of zelfs een genocidair. Ik wil toch oproepen om op te letten met zo tekeergaan tegen andere Rwandezen, anders zal hen dat zuur opbreken.”
Swinnen geeft het voorbeeld van oppositiepolitica Victoire Ingabire. Zij wilde het in 2010 opnemen tegen Kagame, maar werd kort na haar terugkeer uit Nederland onder huisarrest geplaatst en vervolgens opgesloten. In september vorig jaar kwam ze vrij. “Zij werd verdacht van banden met de vanuit Congo opererende Rwandese militaire oppositie had gezegd dat ook Hutu’s mogen rouwen, en werd meteen beschuldigd van revisionisme”, zegt Swinnen. “Maar waarom zouden de Hutu’s van toen, en a fortiori de Hutu’s die sindsdien geboren zijn of nog geboren moeten worden, niet mogen rouwen?”
Daarom hecht de oud-ambassadeur ook weinig geloof aan het “I am Rwandan”-initiatief. “Dit staat helemaal haaks op verzoening: je belaadt de Hutu met een schuld- en minderwaardigheidscomplex. Zo creëer je een antagonisme. Over zulke kwesties een sereen gesprek voeren, is jammer genoeg heel moeilijk, omdat de gemoederen al snel verhit raken.”

bron: Belga