SOUNDCHECK. Beirut over het krakende ‘Gallipoli’: “We mochten geen ‘one trick pony’ worden”

SOUNDCHECK. Beirut over het krakende 'Gallipoli':
Foto Olga Baczynska

‘Never change a winning sound!’ Zachary Condon van Beirut flirt er al meer dan tien jaar mee. Gelukkig strandt die visie niet in een vastgeroest museumgeluid. De nieuwe ‘Gallipoli’ is vintage Beirut, maar tegelijkertijd ook zoveel meer.

De eerste stappen voor ‘Gallipoli’ werden naar verluidt gezet tijdens de eerste winterweken van 2016 met een oud Farfisa-orgel in de hoofdrol.

“Ik heb een zeer bijzondere relatie met dat instrument. Het is ooit achtergelaten door een toetsenist die bij een rondreizend circus speelde nadat er enkele toetsen en functies stuk waren. Het stond gewoon in de opslagruimte van de lokale bioscoop annex galerijzaal waar ik een baantje had. Ik heb het toen meegenomen naar huis en het orgel werd een vaste vriend op mijn slaapkamer. Mijn eerste twee platen – ‘Gulag Orkestar’ en ‘The Flying Club Cup’ – zijn grotendeels op dat instrument geschreven. Toen ik samen met de hulp van mijn vader het orgel vanuit mijn ouderlijke huis in Santa Fe, New Mexico liet overkomen naar New York werden de eerste zaadjes van deze plaat geplant.”

Wilde je de grenzen van de gekende ‘Beirut sound’ opschuiven?



“Ik heb een zeer herkenbaar geluids-DNA dat de eigenheid van Beirut bepaalt, maar zoiets mag zeker geen ‘one trick pony’ worden. Ik heb mezelf gedeeltelijk heruitgevonden op ‘No No No’ vier jaar geleden door af te stappen van de te herkenbare ‘fanfare sound’. Voor ‘Gallipoli’ boekte ik eerst een studio in hartje Manhattan met Gabe Wax die ook ‘No No No’ producete. Hij volgde mijn visie om elk geluid in vraag te stellen. Maar toen mijn vaste bandleden Nick (Petree, drums) en Paul (Collins, bas) aan boord kwamen, begon de zoektocht pas echt. Al dan niet werkende versterkers of kleine PA-systemen, oude bandopnemers en echo-apparaten… Ze werden allemaal ingeschakeld om er elke opgenomen noot opnieuw door te jagen. Er mocht als het ware een krak aan elke noot kleven.”

Tot synthesizerloops die live in de studio werden afgespeeld toe.

“Terwijl we ondertussen aan knopjes en instellingen prutsten van de versterkers. Vaak met een hoofdtelefoon op, want die loops klonken keihard. Maar ik ben echt tevreden over het eindresultaat. Technische mankementen, een noot die lichtjes vals klinkt, de ruis of brom van een versterker… Het staat er allemaal op waardoor de songs een heel breekbaar karakter hebben gekregen.”

En met de hoofdtelefoon krijgt de plaat nog een heel ander leven. Heb je daar ook aan gedacht?

“Absoluut. Iedereen draagt tegenwoordig een hoofdtelefoon, maar weinigen luisteren nog echt. Ik hoop dat er nog voldoende echte muziekliefhebbers rondlopen die de tijd willen nemen om in een plaat te verdwalen.”

Het is algemeen geweten dat je iets hebt met steden. Je woont momenteel in Berlijn, een stad die je vaak terughoort in je teksten.

“Ik was al langer heen en weer aan het pendelen tussen New York en Berlijn. En sinds ik een tijd in Parijs heb gewoond, wist ik ook zeker dat ik opnieuw voor een langere periode in een Europese stad wilde wonen. Ik hou best wel van New York, maar op een of andere manier voedde de stad me niet meer zoals ik het gewoon was.”

En het lot heeft je ook wat geholpen, niet?

“Toen ik aan de plaat begon te werken, werd er een nieuw skatepark gebouwd aan de overkant. Het intrigeerde me onmiddellijk, maar het duurde toch een jaar voor ik het waagde van terug op een plank te staan. Na een weekje oefenen ging het verkeerd tijdens een simpele truc. Ik viel en brak voor de vierde keer mijn linkerarm. De tweede geplande studiosessie in New York moest ik afzeggen. Ik besloot dan maar naar Berlijn te gaan om daar lekker niets te doen. Op een gegeven moment zat ik in het hippe Prenzlauerberg een sigaretje te roken en kreeg ik een soort openbaring. Of ze al dan niet goddelijk was, laat ik in het midden, maar ze was wel sterk genoeg om me te doen inzien dat ik er moest blijven.”

De lokroep van Europa was blijkbaar zo sterk dat je besloot van de tweede, uitgestelde opnamesessie niet meer op Amerikaanse bodem te houden.

“Ik had het best naar mijn zin in Berlijn. Ik vond er een studio om verder in te werken en kon wat materiaal lenen van bevriende studio-eigenaars. Toen de zomer van 2017 aanbrak, had ik voldoende basismateriaal voor een tweede sessie. Ondertussen volgde ik de Amerikaanse politiek met steeds meer weerzin en ook de manier waarop de media ermee omsprong, stak me tegen. En opnemen in New York is nog steeds een kostelijke onderneming. Ik besloot van Nick, Paul en Gabe te laten overkomen.”

Hoe ben je dan uiteindelijk in Puglia beland?

“Paul was op huwelijksreis in Rome en ontmoette daar al snel wat muzikanten. Iemand tipte hem over een zeer mooi gelegen, grote studio in Lecce, Puglia en begin oktober zaten we met zijn vieren op de trein naar een nieuw avontuur. Mijn vaste blazers konden er niet bij zijn wegens concertverplichtingen en daarom besloot ik zelf met het koper aan de slag te gaan. Net zoals in de begindagen. Wat volgde was een heerlijke trip met lange werkdagen, daguitstapjes naar de kust en heerlijk eten.”

Je had al een soort openbaring in Berlijn, maar de ‘goddelijke tussenkomst’ zou in de hiel van Italië plaatsvinden.

“In Gallipoli waren we op een dag in een ommuurd middeleeuws stadje. ’s Avonds hoorden we plots het geluid van blazers. We waren meteen geïntrigeerd en zagen een fanfare die enkele priesters en het beeld van de lokale heilige begeleidde door de smalle steegjes. Magisch mooi en onvergetelijk qua sfeer. De volgende dag schreef ik in één trek ‘Gallipoli’, nodigde Nick en Paul uit en voor we het beseften hadden we er een meer dan tien uur durende sessie opzitten. Eén grote trance, maar ik besefte dat die magische uren de perfecte synthese waren van oud en nieuw werk. Het album had zijn definitieve vorm gevonden. We bleven de rest van de maand verder opnemen in Puglia en daarna deed ik de nog wat vocal takes in Berlijn. De laatste stap was de mix in een studio met oude analoge apparatuur en toevallig bleek die studio-eigenaar een goede vriend te zijn van de man die de studio in Puglia beheerde. De cirkel was rond. ‘Gallipoli’ mocht zijn weg naar de wijde wereld vinden.”

Dirk Fryns

‘Gallipoli’ is uit bij 4 AD. Beirut staat dinsdag 2 april in Vorst Nationaal.