Pendelaar Niels: “Als drieling ben je nooit alleen”

pendelaar

Elke week grijpt Metro een pendelaar bij de kraag voor een kort gesprek. Achter elke anonieme reiziger schuilt immers een verrassende persoonlijkheid. Deze week is het de beurt aan Niels, een 25-jarige communicatiemedewerker bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie.

ZICHT



Uit blikken kan je soms veel meer afleiden dan uit woorden. Ik ben dan wel communicatiemedewerker en communiceer dus veel schriftelijk en mondeling, toch is die non-verbale vorm van communicatie misschien wel de belangrijkste. Die vertelt veel meer over een persoon dan puur wat er gezegd wordt. Bij het daten merk je dat ook heel erg. Je ontmoet elkaar meestal eerst op Tinder, maar toch krijg je daar nooit echt een goed beeld van de andere. Je ziet elkaar niet en weet nooit echt hoe de andere reageert.

GEHOOR

Ik luister dagelijks naar muziek op Spotify, om me te ontspannen of om me te kunnen concentreren. Het helpt me ook om mijn talen te onderhouden. Ik volg de Italiaanse en Duitse hitlijsten. In Italië zijn er heel veel artiesten die in de eigen taal zingen, zoals Marco Mengoni, die ik vorig jaar nog heb gezien. Er is ook veel Italiaanse rap. Die teksten hebben vaak een actualiteitswaarde die ik interessant vind. Ik probeer de teksten ook echt te begrijpen zonder ze op te zoeken, dat is een goede oefening.

SMAAK/SPRAAK

Ik spreek graag met mensen in hun eigen taal. Dat brengt altijd een heel ander gesprek teweeg. Voor ik naar de universiteit ging, was ik op reis in Rome. Een oude man begon in het Italiaans tegen me te praten, maar ik kon niet antwoorden. Toen dacht ik: Ik vind dit echt een fantastisch land en een heel mooie taal, dat wil ik leren. Op mijn werk kom ik dagelijks Italianen tegen. Het leuke is dat ze niet verwachten dat je hun taal spreekt. Ze zijn telkens wat verrast en vereerd, een leuk begin voor een gesprek.

REUK

Ik hou echt van de geur van vers gewassen lakens. Het doet me ook altijd denken aan mijn oma, die zo’n oud, klassiek wasproduct gebruikt, dat ik heel lekker vind. Niet dat ik datzelfde wasproduct ook in huis heb, zo nostalgisch ben ik niet. (lacht) Ik heb veel te danken aan mijn grootouders. Mijn twee broers en ik zijn samen een drieling. Mijn ouders zijn altijd allebei blijven werken. Dat was toen zeker nog niet zo evident als vandaag. Mijn grootouders waren er dan gelukkig altijd om te helpen.

TAST

Als drieling ben je nooit alleen. Ik heb nooit anders gekend, mijn twee broers waren er ook altijd al. Soms was dat lastig, want je wil ook wel eens alleen zijn. Op school vroeger kon je geen kattenkwaad uithalen, zonder dat je broers ervan wisten en dat thuis konden vertellen. We zaten nooit met drie in dezelfde klas. Ik denk dat we zo de kans hebben gekregen om onszelf te ontwikkelen. Mijn ene broer is nu bejaardenverzorger, de andere bewakingsagent. We zijn alle drie anders, met andere interesses.

ZESDE ZINTUIG

Ik kan mensen goed lezen. Vaak weet ik intuïtief wat ze echt denken over iets. Dat blijkt meestal ook te kloppen. Het zorgt ervoor dat ik weet hoe ik bepaalde personen moet benaderen of moet reageren op wat ze zeggen. Ik denk dat ik daardoor met heel veel verschillende mensen goed overeenkom. Dat komt natuurlijk van pas in mijn job, maar ook daarbuiten. Ik weet snel wat ik van iemand kan verwachten. Bij mijn broers zie ik het meteen, we kennen elkaar door en door. Misschien heb ik het door hen wel geleerd.

Tekst Pieter Lantsoght, Foto Janne Vanhemmens