EXPO. Oog in oog met mysterieuze plastic soep

Oceanic Plasticarium
Foto Tropenmuseum / Fabian Calis

Ieder jaar komt er 8.000.000 ton plastic in de oceanen bij. De totale hoeveelheid plastic in de oceanen wordt geschat op 150 miljard kilo. We weten dat hij er is, maar deze grote groeiende plastic soep blijft voor de meeste mensen een ver-van-mijn-bed-show. In het Tropenmuseum in Amsterdam werd ’s werelds eerste Oceanic Plasticarium geopend, waarbij bezoekers oog in oog staan met de mysterieuze massa plastic.

Met de onthulling van ’s werelds eerste Oceanic Plasticarium is er letterlijk een deel van de plastic soep naar Nederland gehaald. Tot 15 april staat midden in het Tropenmuseum in Amsterdam een enorme bak met plastic afval. Het confronterende project moet voor gedragsverandering zorgen.



“Mensen zien plastic vervuiling vaak als een groot probleem, iets waar je als individu geen invloed op hebt. Met dit kunstwerk willen we dat veranderen. Het unieke project legt doelbewust een vinger op de zere plek: door bezoekers oog in oog te brengen met het zwaar vervuilde zeewater is het de bedoeling om meer bewustzijn omtrent plastic afval te kweken. Door ons gedrag te veranderen, kunnen we zorgen dat het plastic probleem iets uit een ver verleden wordt”, aldus Merijn Everaarts, oprichter Dopper en initiatiefnemer Oceanic Plasticarium.

Dode dolfijn

“Ik vind het niet het mooiste museumstuk dat ik al heb gezien, maar het is wel heel goed dat bezoekers deze troep met eigen ogen kunnen zien. Het is noodzakelijk”, zegt voormalig Olympisch zeilster Marcelien de Koning tijdens de opening. Als zeilster heeft ze de grote wereldzeeën bevaren en werd daar meerdere malen geconfronteerd met de hoeveelheid plastic.

“Het slechtste voorbeeld was in Gran Canaria, toen we daar de haven uit voeren. Het water was daar zo vies, de geur alleen al, en het lag vol met luiers, maandverband en plastic zakken.” Tijdens het zeilen is Marcelien de Koning op heel veel mooie plekken geweest, maar ze werd ook regelmatig geconfronteerd met stranden die vol met plastic lagen. „In Perth heb ik een keer een dode dolfijn zien drijven die verstrikt was in een plastic visnet.”

Gezonken

Gert-Jan Gruter, hoogleraar industrial sustainability en expert in plastic was ook aanwezig bij de opening en noemt het museumstuk “super confronterend”. “Veel mensen hebben wel gehoord van de plastic soep, maar 99% van de mensen heeft hem nog nooit gezien. De plastic in het museumstuk is door Greenpeace uit het water gevist en Dopper heeft ervoor gekozen om er een museumstuk van te maken.” De hoogleraar legt uit dat het belangrijk is dat we worden geconfronteerd met de hoeveelheid wegwerpplastic. “Slechts een klein gedeelte van het plastic drijft, een groot gedeelte is al gezonken. En dat maakt het probleem erger. Op grote diepte is geen licht en is het koud waardoor de afbraak nog langzamer gaat. De verwachtingen zijn dat de hoeveelheid plastic de komende dertig jaar wordt verdrievoudigd. Daar moeten we wat aan doen.”

Zeilster Marcelien de Koning heeft met eigen ogen gezien wat de plastic vervuiling kan aanrichten en doet er van alles aan om haar plastic gebruik te verminderen. “Mijn man grapt wel eens dat ik een beetje ben doorgeslagen. Ik heb drie kleine kinderen maar gebruik wasbare luiers, ik was met speciaal wasmiddel en tandpasta, neem mijn eigen bakjes mee als ik naar de visboer ga en ik bewaar mijn brood in speciale zakken van bijenwas.”

Merijn Everaarts heeft een wens. “Dat de plastic soep alleen nog in de geschiedenisboeken te vinden is. En misschien in het Tropenmuseum. Ik hoop dat mensen over twintig of dertig jaar naar een museum gaan om te zien wat die plastic soep nu eigenlijk was.”

Bron: Metro Nederland