MOVIES. Tim Burton leert ‘Dumbo’ vliegen: “Maar ik hou niet van het circus”

MOVIES. Tim Burton leert 'Dumbo' vliegen:
Foto Disney

Na het succes van de live adaptaties van ‘The Jungle Book’ en ‘Beauty and the Beast’ heeft Disney de smaak goed te pakken. De volgende in het rijtje is Dumbo, en wie beter om het verhaal van de olifant met de te grote oren te vertellen dan Tim Burton, de godfather van de marginale helden (‘Edward Scissorhands’, ‘The Nightmare Before Christmas’)? Metro sprak met hem in Parijs.

Hoe goed kende je de tekenfilm uit 1941?

Tim Burton: “Ik ben een grote fan! De symboliek van de olifant die wegvliegt, raakt me enorm. Het is een vreemd, maar bijzonder personage dat mensen niet in een hokje kunnen steken. En de boodschap dat het oké is om anders te zijn, ook al lachen mensen je uit. Het is altijd leuker om met een verhaal te werken waarmee je je kan identificeren. Het doet me ook denken aan mijn lange en mooie band met Disney.”

Dumbo zit gevangen in Dreamland, een park dat doet denken aan Disneyland. Had je een appeltje te schillen met de studio die je 30 jaar geleden de laan uit stuurde?

“Eerlijk is eerlijk! (lacht) Toen ik bij Disney aankwam, wou ik een pretpark ontwerpen. Met deze film heb ik dat eindelijk kunnen doen. En gelukkig sneller dan de bouw van het echte park. (lacht) Het was een droom die werkelijkheid werd.”

Jouw verhaal is een beetje anders. Heb je je laten inspireren door het originele boek?

“Helemaal niet. Ik wou de film anders maken dan wat iedereen kent, maar wel met behoud van de emotionele kern. Het was fantastisch om een mooi sprookje te vertellen in de traditie van de oude Disney-producties. Mijn inspiratiebronnen waren vooral visueel.”

Ook nieuw is de militante boodschap tegen de uitbuiting van dieren in het circus. Was dat belangrijk?

“We hebben met echte honden en paarden gewerkt, maar da’s alles. Ik hou niet van het circus, met al die wilde dieren in gevangenschap. En ik ben doodsbang van clowns. Het is een bizarre plek, maar er is ook veel solidariteit onder de artiesten. Al die outcasts die een hechte bende vormen en continu samen oefenen.”

Zou je zelf in een circus kunnen werken?

“No way! Al is films maken ook een beetje een circus.”

Wat vond je het leukst aan deze productie?

“Het waren heel vreemde opnames. Het enige wat ontbrak, was onze hoofdrolspeler (lacht). De film gaat over een nogal disfunctionele gelegenheidsfamilie, dus ik wou acteurs die er een beetje scary uitzien. (lacht) Het was een waar genoegen om voor de derde keer te werken met Eva Green. De gelegenheid ook om eindelijk te filmen met Michael Keaton en Danny DeVito. En Colin Farrell… Ik had meteen het gevoel dat ik hem al jaren kende.”

Eva Green speelt een Parijse trapezeacrobate met een zwaar accent. Spreek jij eigenlijk Frans?

“Helaas begrijp ik niemand. En niemand begrijpt mij, in het Frans én in het Engels. (lacht) Daarom schieten Eva en ik zo goed op. Ze weet dat ik me niet goed kan uitdrukken en ze aanvaardt dat. Daar ben ik haar erg dankbaar voor.” (lacht)

Hoe heb je je donkere kant verzoend met de familiale wereld van Disney?

“De oude Disney-films hebben ons angst voor de dood en verdriet bijgebracht. Gevoelens die je niet echt begrijpt als kind, maar die wel in elk verhaal terugkomen. Ik heb altijd de indruk gehad dat er geen grote kloof is tussen die films en mijn neiging tot mysterie. Als je aan Pinokkio denkt, denk je vooral aan de enge, droevige momenten.”

Is het waar dat Frankenstein je geruststelt?

“Ja, ook al varieert die gehechtheid aan mijn fetisjpersonages. Ik hou van ze, omdat ik er al mijn verontrustende gevoelens op kan projecteren om mezelf beter te begrijpen. Momenteel voel ik me meer verwant met de weerwolf, bijvoorbeeld. Elke dag heb ik een nieuw lievelingsmonster.”

Stanislas Ide