Luchtvaartsector vreest “zware imagoschade”

Luchtvaartsector vreest
Luchtvaartsector vreest "zware imagoschade"

De aanhoudende acties van de Belgische luchtverkeersleiders, vandaag al voor de twaalfde dag dit jaar, zijn een nachtmerrie voor de luchtvaartsector. Verschillende actoren trekken aan de alarmbel. Het precieze kostenplaatje van de stakingen moet nog worden berekend, maar de schade loopt zeker in de miljoenen, klinkt het bij federatie Belgian Air Transport Association (BATA). En dan is er nog de imagoschade. “Er zal tijd nodig zijn om het vertrouwen van de passagiers terug te winnen”, vreest men. De reiziger maakt immers geen onderscheid. Als zijn vlucht vertraging heeft of afgelast wordt, houdt hij zijn luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk, ook al zijn de problemen het gevolg van acties buiten het bedrijf. De aanhoudende sociale onrust dreigt de boekingen voor de volgende maanden te hypothekeren.

En ook voor de economie is er schade. “De sector stelt rechtstreeks en onrechtstreeks 63.000 mensen tewerk. Heel wat toeleveranciers zijn getroffen”, vreest Herman Carpentier van BATA. Daarnaast zouden luchtvaartmaatschappijen door de aanhoudende problemen kunnen beslissen om (een deel van) hun activiteiten te verhuizen naar het buitenland, of aarzelen om te investeren in ons land.

De luchtverkeersleiders voerden dit jaar al twaalf dagen actie. Soms moesten daardoor vluchten worden afgelast -op 13 februari was er een hele dag geen luchtverkeer mogelijk- en soms bleven de gevolgen beperkt tot vertragingen. “Maar die vertragingen mogen niet worden onderschat. Veel Belgische spelers hebben hier een netwerk, waarbij punctualiteit van essentieel belang is”, legt Carpentier uit. “In het geval van Brussels Airlines bijvoorbeeld gaat het gemiddeld om 230 bewegingen per dag. Een vlucht die ’s ochtends een half uur vertraging heeft, heeft dat ook nog ’s avonds”.

Voor de luchtvaartmaatschappijen is vooral de onvoorspelbaarheid van de acties bij skeyes problematisch. Vaak weet men pas enkele uren op voorhand of er voldoende luchtverkeersleiders zijn. Vooruitplannen is dus quasi onmogelijk. “Men kan bijna geen voorzorgsmaatregelen nemen. Ook voor cargo is dat een groot probleem”, aldus Carpentier.

De schade voor de Belgische luchtvaartsector is nog niet precies bekend, maar loopt in elk geval in de miljoenen. “Soms moeten passagiers worden omgeboekt naar een vlucht van een andere maatschappij, op onze kosten”, legt Kim Daenen van Brussels Airlines uit. Daarnaast hebben de passagiers recht op maaltijden en een overnachting bij lange vertragingen, ook op kosten van de luchtvaartmaatschappij. Het personeel moet vaak overuren presteren, om de problemen op te vangen. En dan zijn er nog de reputatieschade en klachten van reizigers. “Dit alles kost ons handenvol geld. De situatie is stilaan onwerkbaar”, zegt Daenen.

BATA stuurde vorige week een brief naar minister van Mobiliteit François Bellot. Daarin wordt aangedrongen dat de regering zou tussenkomen, “om de stabiliteit van de luchtvaartactiviteit te garanderen”. De federatie pleit voor de invoering van een servicecontract, met performantieverplichtingen voor skeyes en eventueel schadevergoedingen als ze die niet haalt. BATA dringt ook aan op de invoering van een minimumdienstverlening, zoals bij de NMBS.

Bron: Belga