Arbeiders ABVV verwerpen ontwerp loonakkoord

Arbeiders ABVV verwerpen ontwerp loonakkoord
Arbeiders ABVV verwerpen ontwerp loonakkoord

Het federaal comité van de Algemene Centrale van het ABVV, de grootste arbeiderscentrale van ons land, heeft het ontwerp van interprofessioneel akkoord (IPA) voor de periode 2019-2020 verworpen. Dat gebeurde met een grote meerderheid van 78 procent van de stemmen, zo staat in een persbericht. Volgens woordvoerster Antonina Fuca was er in beide taalgroepen (Nederlands- en Franstalig) een meerderheid tegen. De Algemene Centrale tilt vooral zwaar aan de minieme verhoging van het minimumloon en aan de “ontoereikende” loonmarge, luidt het. “Meer en meer werknemers leven in armoede (…) Studies tonen aan dat het minimumuurloon 14 euro bruto (2.300 euro/maand) zou moeten bedragen om aan de basisbehoeften van een familie te voldoen.” Het voorstel om het minimumloon slechts met 10 eurocent per uur op te trekken, wordt door de arbeiderscentrale omschreven als “een aalmoes”. “Dit is een echte klap voor al diegenen die nu al niet meer rondkomen.”

De Algemene Centrale erkent wel dat er in het ontwerpakkoord ook positieve zaken staan, bijvoorbeeld rond eindeloopbaan. “Maar die werden onmiddellijk door verschillende ex-regeringspartijen in vraag gesteld (…) Op die manier is een positieve consultatie over het ontwerpakkoord onmogelijk gemaakt.”



De nee-stem komt niet helemaal als een verrassing. Eerder lekte al uit dat heel wat socialistische centrales, met name in het zuiden van het land, kritiek hadden op het ontwerpakkoord zoals het door de nationale vakbondsleiding en werkgeversfederaties eind vorig maand was onderhandeld. De ABVV-leiding kondigde toen ook aan dat ze het ontwerp niet ging verdedigen, enkel voorleggen.

Het ontwerpakkoord voorziet in een stijging van de lonen dit en volgend jaar met maximaal 1,1 procent bovenop de index. Inclusief de index betekent dit dus 4,54 procent. De minimumlonen stijgen met 1,1 procent of 10 cent per uur. Werknemers kunnen ook rekenen op een hogere tussenkomst (70% ipv 64%) van de werkgever voor hun trein-, tram- en busticket. Er mogen ook meer overuren worden gepresteerd: het aantal vrijwillige overuren stijgt van 100 naar 120 uur per jaar.

Er werden ook afspraken gemaakt over de SWT-leeftijden. Voor de lange loopbanen en de zware beroepen blijft het volgens het ontwerp mogelijk om nog 2,5 jaar lang op 59 jaar met brugpensioen te gaan. Voor bedrijven in moeilijkheden en in herstructurering wordt de brugpensioenleeftijd opgetrokken van 56 naar 58 jaar in 2019, naar 59 jaar in 2020 en naar 60 jaar eind 2020. Landingsbanen blijven dan weer mogelijk op 55 jaar voor sommige uitzonderingsregimes, op voorwaarde dat vier vijfde wordt gewerkt. Voor oudere werknemers die halftijds werken, zijn die landingsbanen vanaf 57 jaar mogelijk.

Ook de uitkeringen gaan omhoog. De laagste uitkeringen stijgen met 2,4 procent, de hoogste met 1,1 procent.

Volgende week, op 26 maart, stemt het federaal bureau van het ABVV, waarbij dus alle leden vertegenwoordigd zijn.

Bron: Belga