MOVIES. Coureur: “De donkere kant van het wielrennen heeft me altijd al gefascineerd”

Coureur
Foto R.V.

Filmmaker word je op de gekste manieren, maar de weg die Kenneth Mercken (42) heeft afgelegd, is toch wel uniek. Ooit was hij Belgisch wielerkampioen bij de elite zonder contract. Maar achter die glorie school een donkere (en gedrogeerde) waarheid. In zijn debuutfilm ‘Coureur’ richt hij de spots vol op die pijnlijke periode.

Wat brengt een mens ertoe om op een fiets te gaan zitten en zich een hele dag lang de longen uit het lijf te trappen? Zelf heb ik het nooit begrepen, maar ik weet ook dat miljoenen mensen in België en ver daarbuiten dol zijn op de sport. Genkenaar Kenneth Mercken kreeg de wielermicrobe als kind mee en raakte die nooit meer kwijt. Meer zelfs, hij gaf blijk van talent en hij droomde ervan om er zijn brood mee te verdienen. Tussen droom en daad gaapt echter een wijde kloof, en in zijn eerste langspeelfilm ‘Coureur’ laat hij geen twijfel bestaan over de destructieve kanten van zijn geliefde sport. Maar laten we beginnen bij het begin.

Waarom is wielrennen volgens jou zo’n prachtige sport?



Kenneth Mercken: «Het is een verslaving. En als je in die verslavende zone komt, wordt het pas echt leuk. Je komt terecht in een andere mindset. Door al die uren van duurtraining maak je enorm veel endorfines aan, en die zorgen voor een soort natuurlijke high. Het is ook heel dwangmatig, iets wat je niet kunt uitschakelen. Als je er eenmaal in zit, kun je er niet meer uit. En het blijft in je systeem, ook als de wedstrijd gedaan is. In een wedstrijd raak je in een trance. Je verandert mentaal. Als je er echt diep in gaat, transformeer je in iets dierlijks. Je neemt beslissingen zonder dat je je ervan bewust bent. En dat geeft ook een kick.»

Doping en wielrennen gingen altijd al hand in hand. Waarom blijven mensen ondanks de bewezen escapades van Lance Armstrong en Richard Virenque en al die andere zondaars toch in de sport geloven?

«Omdat mensen zo naïef willen zijn. Misschien is het net omdat ze die sport zo mooi vinden. Elke keer als er een schandaal losbarst, nemen ze een zondebok en daarna is alles zogezegd opgelost. Dan is de wielersport plots weer helemaal clean.(grinnikt) Dat wou ik ergens ook weergeven in mijn film. Die donkere kant heeft me altijd al gefascineerd, ook als kind. Het wielrennen is altijd dubbel geweest voor mij. Aan de ene kant is er het gezonde en het spirituele van een sport, aan de andere kant is er dat destructieve en het feit dat je jezelf moet afbreken en afbeulen om een betere wielrenner te worden. Deze sport vereist dat.»

‘Coureur’ is zeer autobiografisch, tot en met de gespannen verhouding tegenover de vaderfiguur. Heb je lang rondgelopen met wrokgevoelens tegenover je eigen vader?

Foto R.V.

«Nee, ik heb begrip voor hoe hij is. Die drang naar bevestiging zit in iedere sportman. Er is me veel duidelijk geworden tijdens het schrijven van de film, toen ik erover moest nadenken. Het is enorm stimulerend als je in zo’n kleine microwereld zit en dan erkenning krijgt van je ploegleider, de dokters en je vader. Dat doet je iets. Ik ben mijn vader nu dankbaar voor hoe hij me behandeld heeft. Hij heeft zo mijn persoonlijkheid gevormd. Hij deed het ook bewust, om me hard genoeg te maken. Als jeugdwielrenner was ik veel te lief voor mijn ploegmaats. Terwijl je in een wedstrijd ook aan jezelf moet denken als je goede benen hebt. Als je dat niet doet, geraak je nergens in die wereld.»

Ik vind het sterk dat je de tegenwoordigheid van geest hebt gehad om ermee te kappen.

«Het was het resultaat van een opeenstapeling van problemen. Opeens gingen mijn ogen open. Maar ik denk niet dat ik het ooit had gedaan als ik geen alternatief had gehad. Dan was ik waarschijnlijk doorgegaan tot het einde. Dat alternatief was in mijn geval mijn interesse in film. Ik wist dat film en literatuur me ook konden boeien en dat ik iets anders wilde gaan doen met mijn leven.»

Wanneer las je boeken en keek je naar films, als je zo gefocust was op het wielrennen?

«Dat was inderdaad moeilijk. Ik herinner me nog dat ik in Italië op mijn bed lag te lezen, ongeveer letterlijk zoals het personage in de film. De Ronde van Italië was bezig en al mijn teamgenoten zaten beneden te kijken. Mijn verzorger kwam naar boven en vroeg me wat ik aan het doen was. ‘Een boek aan het lezen,’ antwoordde ik. ‘Zie je dat niet?’ Maar dat mocht niet. Ik moest samen met mijn ploegmaats naar de koers gaan kijken.» (lacht)

RECENSIEOVERZICHT
Coureur