Ontwerpdecreet basisbereikbaarheid waarborgt bescherming van persoonsgegevens onvoldoende

Een deel van het ontwerpdecreet basisbereikbaarheid van Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts krijgt een ongunstig advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Bepaalde artikelen in dat decreet waarborgen onvoldoende dat persoonsgegevens, die de regering onder meer wil gebruiken voor de promotie van openbaar vervoer, beschermd worden. Het principe van de ‘basisbereikbaarheid’ komt uit de koker van Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA). Het openbaar vervoer wordt ingedeeld in vier lagen, Vlaanderen zelf krijgt vijftien vervoerregio’s.
Het ontwerpdecreet voorziet onder meer ook in mobiliteitsmonitoring en voortgangsrapportering. Concreet wil Vlaanderen gegevens verzamelen over verkeersveiligheidsbeleid en de verkeersintensiteit van de verschillende vervoersmogelijkheden en voertuigtypes. De persoonlijke gegevens zijn ook nodig voor “de promotie van het openbaar personenvervoer, statistische doeleinden voor het openbaar personenvervoer en het globale mobiliteitsbeleid en de operationalisering, coördinering en efficiënte exploitatie van het openbaarpersonenvervoer.”
Maar de Gegevensbeschermingsautoriteit, die waakt over de bescherming en beveiliging van persoonlijke gegevens, maakt bezwaar. Ten eerste ziet ze niet in waarom de promotie van openbaar vervoer per se met persoonlijke gegevens van reizigers en derden moet gebeuren. In elk geval moet dat “meer precies en duidelijk omschreven worden”, klinkt het. Dat geldt ook voor de ‘statistische doeleinden’.
Meer algemeen is het ontwerpdecreet “uitermate ruim, soms weinig precies” in de beschrijving van de verwerking van persoonsgegevens. De Vlaamse regering maakt niet altijd duidelijk welke gegevens precies opgevraagd zullen worden, en waar.
De Gegevensbeschermingsautoriteit vraagt om het ontwerpdecreet aan te vullen en te verduidelijken. “Afwezigheid of onduidelijkheid omtrent, hetzij de te verwerken types of categorieën van persoonsgegevens, hetzij het beoogde doeleinde, laat de Autoriteit niet toe zelfs maar een marginale toetsing door te voeren van het principe van de minimale gegevensverwerking”, klinkt het. Ze adviseert ook om “waar mogelijk” te preciseren hoe lang de gegevens precies bijgehouden zullen worden.

bron: Belga