Raad van State bijzonder scherp voor regeling kwetsbare bossen

Raad van State bijzonder scherp voor regeling kwetsbare bossen

De Raad van State maakt behoorlijk brandhout van het decreet voor de bescherming van de kwetsbare bossen, een van de vier elementen in de uitvoering van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) of ‘betonstop’ van de Vlaamse regering. In een advies, dat Belga kon inkijken, hekelt het rechtscollege de onduidelijkheid en complexiteit van de voorgestelde regeling. De tekst “volgt geen logische structuur en bevat overlappingen, lacunes en materiële vergissingen”, staat te lezen in het advies. De Raad van State raadt de regering daarom aan de plannen nog eens aan een “grondig onderzoek” te onderwerpen. Vandaag raakte bekend dat de Vlaamse regering er niet in zal slagen de regelgeving rond de betonstop volledig af te werken. Zo wil de regering naar eigen zeggen rekening houden met juridische opmerkingen van de Raad van State. Dat rechtscollege vraagt onder meer een plan-MER op te stellen rond het luik van de kwetsbare bossen. Om juridische procedures te vermijden, gaat de Vlaamse regering in op die vraag. Dat betekent concreet dat de finale uitwerking van de betonstop een zaak wordt voor de volgende Vlaamse regering.

De grootste juridische kritiek heeft betrekking op de geplande regeling rond de bescherming van de kwetsbare bossen. Na het pijnlijke debacle met de boskaart, besliste de Vlaamse regering niet langer met een kaart te werken, maar om een set criteria uit te werken om de kwetsbare bossen in de toekomst te beschermen. Een van die criteria is de invoering van een minimumoppervlakte (van 1 ha) om zo te vermijden dat ook kleine versnipperde percelen onder de regeling vallen.

Uit het advies van de Raad van State blijkt echter dat het rechtscollege niet alleen aandringt op een plan-MER (om de milieu-effecten van de plannen in kaart te brengen), maar ook heel wat kritiek heeft op de complexiteit, onduidelijkheid en rechtszekerheid van de regeringsplannen.

Een greep uit de opmerkingen van de Raad van State: “De ontworpen regeling is uitermate complex en de precieze draagwijdte en impact ervan is niet duidelijk. (…) Daarnaast is het voorontwerp niet opgesteld op een duidelijke en heldere wijze, volgt het geen logische structuur en bevat het overlappingen, lacunes en materiële vergissingen. (…) Teneinde maximale rechtszekerheid te garanderen doet de adviesvrager (de Vlaamse regering, red.) er goed aan de tekst van het voorontwerp nog eens aan een grondig onderzoek te onderwerpen”.

bron: Belga