Pendelaar Linde: “Een schouderklopje is zo’n mooi, klein gebaar”

pendelaar

Elke week grijpt Metro een pendelaar bij de kraag voor een kort gesprek. Achter elke anonieme reiziger schuilt immers een verrassende persoonlijkheid. Deze week is het de beurt aan Linde, een 25-jarige doctoraatsonderzoeker in de psychiatrie.

ZICHT



Als het een ‘mottige’ dag is, speelt dat meteen op mijn gemoed. Ik laat me heel erg beïnvloeden door het licht. Ooit woonde ik een half jaar waar ik geen gordijnen kon ophangen in de slaapkamer. Toen heb ik ontdekt hoe leuk ik het vind om wakker te worden in het licht. Tijdens de winter blijf ik soms extra lang liggen tot ik een beetje licht zie. In Jette werk ik op verdieping -2, naast het mortuarium. Er is een dakraam waar licht doorschijnt, maar je kan niet naar buiten kijken. Dat vind ik verschrikkelijk.

GEHOOR

Ik word lastig als ik mijn oortjes thuis vergeten ben, ik hou van achtergrondmuziek tijdens het werk. Toen ik als studente papers moest schrijven, luisterde ik veel naar muziek. Ik was grote fan van het Radiohead-album The King of Limbs. Op een bepaald moment heb ik ook het remix-album eens afgespeeld. Niet meteen iets wat ik anders zou beluisteren, maar het hielp heel erg voor mijn concentratie en productiviteit. Sindsdien is die plaat mijn last resort als ik iets moet afwerken en het niet vlot.

SMAAK/SPRAAK

Als kind mocht ik niet veel snoepen, misschien dat ik daarom vooral van hartige dingen hou. Ik hou van koken, maar kookboeken of -programma’s zijn niets voor mij. Het liefst ga ik aan de slag met wat ik thuis heb liggen om daar iets mee te verzinnen. Soms gebruik ik een recept, maar meestal geef ik er toch een eigen draai aan. Ik hou ervan om tijd te maken voor een lekker gerecht. Alleen in de zomer zou ik liever gewoon een pilletje nemen tegen de honger, dan ben ik het liefst zoveel mogelijk buiten.

REUK

Op reis in Colombia was het eerste wat mij opviel een specifieke, heel aanwezige geur, waar ik bijna hoofdpijn van kreeg. Eerst dacht ik dat het het hostel was waar ik logeerde, maar die geur bleef heel de reis terugkeren. Ik denk dat het van een plant of bloem kwam, maar ik heb het helaas nooit ontdekt. Het is interessant hoe ik die geur sinds die reis echt associeer met dat land en dat het meteen beelden bij me oproept van het licht en de kleuren daar, van de bloemen in Cartagena en de stranden.

TAST

Ik vind een schouderklopje echt iets leuks. Het is iets wat mijn vader vroeger vaak deed. De avond voordat ik alleen anderhalve maand naar Chili vertrok, was ik heel zenuwachtig. Die reis was altijd een droom geweest van mijn mama. Ze had het wat moeilijk dat ik die droom nu zou waarmaken, terwijl ik op dat moment eigenlijk vooral wilde horen dat het wel goed zou komen. Toen passeerde mijn vader en gaf me een schouderklopje. Zo’n klein gebaar, maar het gaf mij meteen het gevoel: “Het is allemaal oké.”

ZESDE ZINTUIG

Voor ik op stage vertrok naar Oxford had ik er wel eens over gefantaseerd dat ik Thom Yorke zou tegenkomen, omdat ik wist dat hij daar woonde. Tijdens mijn lunchpauze daar zat ik met twee vriendinnen in het park toen er een jogger passeerde. Ik droeg mijn bril niet en ik had hem maar in een flits opgevangen, maar ik wist: dat is Thom Yorke! We hebben hem toen over het grasveld de pas afgesneden om zeker te zijn, en inderdaad. Hij dacht waarschijnlijk: “Kan ik zelfs niet op mijn gemak gaan joggen?” (lacht)

Tekst Pieter Lantsoght, Foto Janne Vanhemmens