SOUNDCHECK. Eriksson Delcroix: “Het perfecte feest? Veel vlees en mensen die uit zichzelf treden”

SOUNDCHECK. Eriksson Delcroix:
Foto Sara Anke

Als de vreugde niet spontaan op je deur komt kloppen, dan ga je er zelf naar op zoek. Dat is wat Bjorn Eriksson en Nathalie Delcroix, samen Eriksson Delcroix, doen op ‘The Riverside Hotel’. Hun vierde volwaardige langspeler is een rit door de muzikale moerassen van de VS. Met blues, Afrikaanse ritmes en voodoospreuken onder de arm zoeken ze de lichten van de dansvloer op.

Haal de rode laarzen van onder het stof, wring je hoofd in een cowboyhoed en vergeet voor een keer dat jeans op jeans Jani Kazaltzis nachtmerries geeft, want Eriksson Delcroix roept iedereen ten dans. De Johnny Cash en June Carter van de Kempen hadden zich de voorbije jaren gespecialiseerd in weemoed made in the USA, maar daar brengt ‘The Riverside Hotel’ verandering in. Hun nieuwste plaat viert het leven en vluchtige vreugde van het moment.

Nathalie Delcroix: “Yes, we zijn in ons opzet geslaagd.” (lacht)

Bjorn Eriksson: “We hadden onszelf opgelegd om uptempo nummers te schrijven, alle melancholie uit de teksten te bannen en van daaruit vrolijkheid te vinden.”

Nathalie: “De opnames van onze vorige twee albums waren heel heftige periodes. Goede vrienden van ons zijn telkens rond die periodes overleden. Deze keer wilden we echt gaan voor positiviteit, niets te zwaar beladen.”

Dat feest is volledig opgenomen in jullie eigen huis. Dat lijkt me heerlijk.

Nathalie: “Het was heel leuk, maar ook soms stressvol. Iedereen vertrekt op het einde van de dag, maar heel de woonkamer is nog gevuld met apparatuur die moet blijven staan. Er wordt eten op tafel gezet, maar ik kan dat niet afruimen, want er mocht geen geluid gemaakt worden. (pauzeert) Goh, nu klink ik echt als een zagerige huisvrouw.” (lacht)

Bjorn: “Normaal gezien werk ik eerst alleen aan de muziek en komen de muzikanten en de teksten er pas later bij. Maar deze keer hebben we bewust, omdat we het ook live exact zo wilden spelen, een week lang met iedereen gejamd. Daarna ben ik op een roadtrip vertrokken door Louisiana, langs de bayou en de moerassen, om de sfeer daar nog eens echt op te snuiven.”

Nathalie: “Deze keer zit er dan ook meer blues bij, maar daar had ik in het begin wel schrik voor. Als je blues zingt, kan je jezelf zo serieus nemen dat het gevaarlijk wordt. Zo van ‘ik doe mee aan ‘The Voice’ en ben zevende geëindigd’”. (lacht)

Bjorn: “Maar blues moest deel uitmaken van ons feest. Onze muziek is normaal vooral country en bluegrass, maar ik wou deze keer nog verder teruggaan naar de roots ervan. En dan kom je snel bij blues, Afrikaanse ritmes en heel tribale muziek. Zaken waar het voodoo-element bijvoorbeeld nog sterk in terug te vinden is. Er moet gedanst worden, maar ook ‘getranced’.”

Hoe ziet dat feest er dan uit in jullie verbeelding?

Nathalie: “Vlees, véél vlees. Ik zie al zo’n groot beest boven een barbecue hangen.”

Bjorn: “Ja, enerzijds ‘La Grande Bouffe’ en anderzijds een sekte die zich massaal aan iets hogers overgeeft. Mensen die uit zichzelf treden en liggen te rollen over de vloer.”

De link met de States is ook weer heel voelbaar. ‘The Riverside Hotel’, de titel van het album, is een bestaand Amerikaans hotel dat jullie bezocht hebben.

Nathalie: “Ja, in Clarksdale, Mississippi. Ik ben er tien jaar geleden geweest met een vriendin en heb Bjorn gezegd dat hij zeker ook eens moest gaan.”

Bjorn: “Vorig jaar ben ik er dan met twee vrienden gaan slapen en het was echt ongelooflijk. Je verwacht je aan een hotel, maar eigenlijk is het gewoon een iets grotere barak. Het ligt op de oude concertroute, dus al de blueslegendes zijn daar gepasseerd: Howlin’ Wolf, John Lee Hooker,… Bessie Smith is er zelfs overleden. Die grote namen hebben nog geslapen in hetzelfde bed, of dezelfde matras misschien. Je voelt hen aanwezigheid daar echt.”

Wat spreekt jullie zo aan in het zuiden van de Verenigde Staten?

Bjorn: “Allereerst de natuur. Je hebt er alles. Woestijnen, ravijnen, moerassen,… Daarnaast is er het gevoel dat je daar krijgt als je onderweg bent, die vergane glorie. We reden deze keer via het Appalachen-gebergte de regio binnen. Het eerste dat we zagen was een muziekwinkeltje en een paar oude mensen die er bluegrass speelden.”

“Soms is het ook een griezelige plek, zoals in de Bible Belt. Het is ongelooflijk hoe conservatief ze daar zijn. Je komt er gemiddeld elke kilometer een kerk tegen. Dus langs de snelweg is dat duizenden kilometers lang kerk, kerk, kerk. Ik ben altijd heel blij dat ik er ben, maar ook heel blij dat ik er weer kan vertrekken. Op een bepaald moment wordt het me te zot hoe de mensen daar denken.”

Waar mensen ook zot van werden was de soundtrack van ‘The Broken Circle Breakdown’, jullie grote doorbraak. Hoe kijken jullie terug op dat succes?

Bjorn: “Het was een heel surrealistische periode. Ik heb dat soort muziek altijd met mijn vader op de banjo gespeeld, al vanaf mijn 15 jaar. Toen was dat ‘marginale’ muziek, zeker omdat mijn klasgenoten fan waren van Public Enemy en Red Hot Chili Peppers. Bluegrass was voor cowboys. ‘Yihaa’, Jo met de Banjo, dat soort dingen. Maar plots mochten we op grote podia spelen. Soms keken mijn vader en ik naar elkaar en vroegen we ons af waar we beland waren. Ik ben ongelooflijk dankbaar dat ik dat heb mogen meemaken. Ik, de bluegrassmissionaris, die eindelijk zijn doel had bereikt.” (glimlacht)

Xavier Vuylsteke de Laps

‘The Riverside Hotel’ komt vrijdag uit bij V2/WasteMyRecords.