Aanslag Joods Museum – “Bij Bendrer niets gevonden dat erop wijst dat hij IS aanhangt”

De speurders hebben bij Nacer Bendrer, de tweede beschuldigde in het proces over de aanslag op het Joods Museum, niets gevonden dat erop wijst dat hij een aanhanger is van de terreurbeweging IS. Dat hebben de speurders geantwoord op vragen van Bendrers advocaten. Bendrer wordt ervan beschuldigd hoofdbeschuldigde Mehdi Nemmouche de wapens geleverd te hebben die bij de aanslag gebruikt werden. De speurders beklemtoonden dat ze bij Bendrer een grote hoeveelheid wapens en cash geld aangetroffen hebben. Bendrers advocaten, Julien Blot en Gilles Vanderbeck, wilden weten of de speurders hun cliënt als terrorist beschouwen. “Die vraag is voor de jury”, antwoordde de onderzoeker. “Ik weet niet of hij al dan niet een terrorist is. Ik werk op de hypothese van wapenlevering. We hebben niets gevonden dat erop wijst dat hij een aanhanger is van IS.”
Dinsdagavond hadden de advocaten aangekondigd een goed uur nodig te hebben voor hun vragen, maar intussen is dat uitgelopen. Assisenvoorzitster Laurence Massart dwong Blot en Vanderbeck herhaaldelijk om de timing in de gaten te houden en snel tot de vraag te komen. Dat leidde verschillende keren tot verhitte gemoederen tussen de voorzitster en de twee advocaten. Uiteindelijk kregen ze tot 13.40 uur voor hun vragen.
In hun vragenronde concentreerden de twee advocaten zich, naast Bendrers “pseudoradicalisering”, ook op diens wapens en de telefonie. Over het Glock-pistool dat gebruikt werd in het Joods Museum weten de speurders enkel dat het in oktober 2006 in Spanje gekocht werd, maar met de identiteitskaart van iemand die het slachtoffer was geworden van identiteitsfraude. “We weten niet wie dat wapen gekocht heeft”, klonk het. De speurders bevestigden vervolgens dat Bendrer op dat moment opgesloten zat.
Blot en Vanderbeck wilden ook de telefonie rond Bendrer verder onder de loep nemen. In eerste instantie spraken de onderzoekers over een “gesloten circuit” van “oorlogstelefoontjes” tussen Nemmouche, Bendrer en Mounir Atallah. Die laatste werd ook lange tijd beschuldigd in dit dossier, maar moest uiteindelijk niet voor assisen verschijnen. Na verder doorvragen, over de contacten die Bendrer ook had met familie en zijn vriendin, moesten de speurders erkennen dat het telefoniecircuit minder gesloten was bij Bendrer.
Omdat de vragen van Bendrers advocaten uitlopen, is de komst van de experts in ballistiek, gepland voor woensdagnamiddag, uitgesteld naar donderdagnamiddag. De voormiddagsessie eindigde pas om 13.50 uur.

bron: Belga