Infrabel: stiptheid spoor moet inderdaad beter, maar laatste weken bemoedigende cijfers

Infrabel: stiptheid spoor moet inderdaad beter

Ook in 2018 is de stiptheid op het spoor verder achteruitgegaan: 87,2 pct van de treinen kwam vorig jaar met minder dan 6 minuten vertraging aan op de eindbestemming of het eerste station van de Brusselse Noord-Zuidverbinding. Daarmee is de stiptheid voor het derde jaar op rij gedaald, tot nog verder onder de norm van 92 pct die het beheerscontract vooropstelt. Dat schrijft De Tijd vandaag. Infrabelwoordvoerder Frédéric Petit bevestigt die cijfers. “De stiptheid is niet goed, en moet inderdaad beter”, klinkt het. “Wij, zowel Infrabel als NMBS, moeten hier de hand in eigen boezem steken. Bemoedigend is dat de stiptheid in december en de eerste weken van januari beter is, maar we moeten hieraan blijven werken.” De Tijd publiceerde daarnaast ook cijfers met interne berekeningen van de NMBS, waaruit blijkt dat minder dan de helft (49,1 pct) van de Belgische treinen vorig jaar met minder dan één minuut vertraging reed. Vooral in de spitsuren is het slecht gesteld: ’s ochtends rijdt 40,7 pct op tijd, ’s avonds is dat 39,7 pct. Ook die cijfers kloppen, bevestigt Petit. “We onderzoeken regelmatig verschillende scenario’s, en dit was er een van. Zo’n berekening moet dan ook in de juiste context worden geplaatst.”

Petit hamert echter vooral op de officiële vertagingsnorm van binnen de 6 minuten. “Dat is de officieel met de overheid en reizigersverenigingen afgesproken norm, waar we de voorbije jaren elke maand open en transparant over gecommuniceerd hebben. Op die manier kunnen er ook vergelijkingen over de jaren heen gemaakt worden: we proberen open te zijn en willen het debat aangaan.”

Dat neemt niet weg dat de stiptheid in 2018 verder gedaald is, en dat erkent Infrabel ook. In de cijfers wordt ook nagegaan wie verantwoordelijk is voor de vertraging. In 23,6 pct van de gevallen was dat Infrabel, de NMBS had een aandeel in 30,7 pct van de vertragingen en 41,5 pct is toe te schrijven aan derden. In dat laatste geval gaat het om spoorlopers en persoonsongevallen. “Maar eigenlijk heeft de reiziger hier geen boodschap aan”, zegt Petit. “Met de middelen die we hebben werken we aan de eigen impact en die van derden.”

Het aandeel van Infrabel is zo goed als stabiel gebleven (23,7 pct in 2017), dat van de NMBS is gestegen (29 in 2017). Op langere termijn stijgt het aandeel van Infrabel echter (17,5 pct in 2010) en daalt dat van de NMBS (45,8 pct in 2010).

Petit noemt de cijfers voor december en begin januari alvast bemoedigend. In december kwam de stiptheid uit op 90 pct. “We moeten bescheiden zijn, en Infrabel en NMBS moeten samen blijven werken om de cijfers nog verder te verbeteren. Het is ook bemoedigend dat het spoor de winterprik doorstaat.”

bron: Belga