MOVIES. Styx: “De helft van de crew was zeeziek”

Styx

Wat hebben een hulpverleenster, een klein bootje en de poorten van de hel gemeen? ‘Styx’, de tweede film van de Oostenrijkse regisseur Wolfgang Fischer, combineert die elementen in het verhaal van een jonge vrouw die in volle zee stuit op een zwaar beschadigde boot vol vluchtelingen. Een film die geen oordeel velt, maar je onderdompelt in een intens emotioneel avontuur.

In ‘Styx’ komt je hoofdrolspeelster voor een ethisch dilemma te staan: vluchtelingen op haar veel te kleine boot laten of wachten op hulp die te traag op gang komt. Hoe is je verhaal ontstaan?

Wolfgang Fischer: “Het idee was te vragen wat wij in haar plaats zouden doen. Ik wou ook praten over migratie, omdat het een onderwerp is dat ons de komende decennia zal achtervolgen. En ik wou gewoon eens een film draaien in volle zee, op een boot, zonder kunstgrepen.”

 

Werd je zelf ooit geconfronteerd met zo’n dilemma?

“Gelukkig niet. Ik heb trouwens geen idee hoe ik zou reageren. Het is te makkelijk om te denken: Ik zou helpen. Ik heb met zeelui gepraat die het wel hebben meegemaakt. Een van hen vertelde me dat hij midden in de nacht een boot vol migranten in nood tegenkwam. Hij was alleen en besefte dat het probleem te groot was voor hem. Hij heeft zijn lichten gedoofd en is vertrokken. Ik begrijp dat. Dit is precies de reden waarom we solidair moeten zijn. Het gaat niet om ‘ik’, maar om ‘wij’.”

Je twee acteurs zijn geweldig. Hoe heb je hen gecast?

“Voor onze hoofdrolspeelster hebben we een grote casting georganiseerd in heel Europa. We zochten een sterke vrouw en kwamen met veel geluk bij Susanne Wolff terecht. Ze werkt veel in het theater, waar de fysieke benadering van een rol heel belangrijk is. En als kers op de taart is ze vertrouwd met het zeemansleven. We hebben veel getraind met professionele skippers op de Noordzee. Om haar technieken te perfectioneren, maar ook om te beslissen hoe ik haar in beeld zou brengen.”

En Kingsley, de Afrikaanse adolescent die aan boord komt?

“Voor hem wilden we iemand die Afrika goed kent. Mijn vriend Tom Tykwer (regisseur van ‘Perfume’, red.) heeft een organisatie in de sloppenwijken van Nairobi, die scholen helpt bij het opzetten van creatieve activiteiten. Daar hebben we Gedion gevonden. Wat we hem vroegen, was eigenlijk waanzinnig voor zijn jonge schouders. Ik ben hem heel dankbaar voor zijn moed en bereidwilligheid. Hij had nog nooit de oceaan gezien en kan niet zwemmen. Nu speelt hij de hoofdrol in een Spaanse film en doet hij mee aan castings in Hollywood! Het toont hoe ver je kan geraken met creativiteit.”

Sommige figuranten zijn echte vluchtelingen.

“Ze vonden het een heel mooi verhaal en hebben ons aangemoedigd om er een film over te maken. Ze zijn heel trots dat ze eraan meegewerkt hebben.”

Je hebt de film gedraaid in volle zee, zonder special effects.

“Ik vind al die waterfilms vol special effects weinig overtuigend. Door te filmen op zee creëer je een gevoel van authenticiteit. Al mijn collega-regisseurs zeiden: ‘Doe het niet! Dat is onmogelijk! Je kan de oceaan niet controleren.’ En ze hadden gelijk. (lacht) De technische uitdagingen waren waanzinnig: Waar zet je de camera op zo’n kleine boot? Hoe ga je om met het totale gebrek aan privacy? We plakten 40 dagen lang tegen elkaar en moesten elkaar heel goed leren kennen. Daar mocht je absoluut niets van zien op het scherm. De helft van de crew moest zich tijdens de opnames verstoppen in de minuscule cabine. En de andere helft was zeeziek.” (lacht)

Je brengt geen politieke boodschap. Een bewuste keuze?

“Absoluut. Ik wou gewoon een vraag stellen vanuit een menselijk standpunt. Het zou bizar zijn die ook te beantwoorden. Ik vond het heel belangrijk niemand te beschuldigen. Uiteindelijk wil ik gewoon een emotionele ervaring delen met mijn publiek. Hen gedurende 90 minuten in de plaats zetten van die vrouw. Daarom hebben we geen documentaire of kortfilm gemaakt. Heel wat mensen zeiden me na het zien van de film dat ze voor het eerst iets gevoeld hebben over dit onderwerp, ondanks alle beelden op tv en in de krant. Dat is de eerste stap naar een dialoog.”

RECENSIEOVERZICHT
Styx