Satellietbeelden en smartphonedetectie moeten slachtoffers van rampen sneller lokaliseren

Satellietbeelden en smartphonedetectie moeten slachtoffers van rampen sneller lokaliseren

De nieuwste technologieën kunnen aangewend worden om slachtoffers in rampgebieden sneller te lokaliseren en om een betere inschatting te maken van de nodige hoeveelheid hulpgoederen. Dat is een van de conclusies die naar voren is gekomen bij de tweedaagse “humanitaire hackaton” die in het Brusselse Egmontpaleis georganiseerd werd op initiatief van minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo (Open Vld), in samenwerking met het VN-Wereldvoedselprogramma (WFP) en Hack Belgium Labs. In het Brusselse Egmontpaleis waren dinsdag en woensdag zowat 200 organisaties uit binnen- en buitenland samengekomen om nieuwe antwoorden te formuleren voor problemen als hongersnood en humanitaire problemen. Het was vooral de bedoeling om na te gaan hoe de nieuwste technologieën daarin een rol kunnen spelen.

Op die “humanitaire hackaton” werd onder meer onderzocht hoe mensen na een ramp of noodsituatie sneller gelokaliseerd kunnen worden. Daarvoor werd gedacht aan een onlineplatform dat vertrekt van gratis toegankelijke en frequent herladen satellietbeelden, die onder meer gecombineerd kunnen worden met beelden van drones en met technieken voor de detectie van smartphones. Zo zouden hulpverleners op een betrouwbare manier te weten kunnen komen hoeveel mensen hulp nodig hebben, waar ze zich bevinden en welke hulpgoederen er nodig zijn.



“Het nagaan waar mensen zich bevinden, moest vroeger vooral op het terrein zelf gebeuren. Met dit systeem zou dat sneller en goedkoper kunnen. Dit kan dus leiden tot significante winsten”, zegt Dominik Heinrich, vice-CIO bij het Wereldvoedselprogramma, aan Belga.

Heinrich stelt ook dat de hackaton erg nuttig was voor WFP. “De ideeën op zich zijn nooit volledig nieuw. Maar er worden wel nieuwe inzichten aangebracht over de manier waarop ze gerealiseerd worden”, klinkt het. “Het is nu wel nodig om de voorstellen nog verder te verfijnen. Maar door de huidige technologische ontwikkelingen kan dat eigenlijk al vrij snel gaan. Het zal eerder een kwestie van maanden zijn dan een kwestie van jaren.”

bron: Belga