SOUNDCHECK. The Antler King: “Nu weten we hoe het voelt als de inspiratie opdroogt”

SOUNDCHECK. The Antler King:
Foto Alessandra Ruyten

Popmuziek vol subtiele weerhaken waarin een donkere romantiek door de juiste klanken alleen maar aan karakter wint. Enter de wondere wereld van ‘Ten For A Bird’, nummer drie van The Antler King. Naast het echtelijke bed delen Esther Lybeert en Maarten Flamand ook een diepe passie voor songschrijven, musiceren, opnemen en optreden. Na het titelloze debuut uit 2011 gooide het duo met opvolger ‘Patterns’ (2013) de muzikale grenzen wijd open. Daarvan plukt ‘Ten For A Bird’ nu de vruchten.

Maarten Flamand (zang, gitaar, baspedaal): “Er zit vijf jaar tussen ‘Patterns’ en dit album maar we hebben ondertussen allerlei nevenprojecten gedaan. Door de jaren heen zijn we strenger geworden op wat we doen. We weten hoe het voelt om een volledig album weg te gooien omdat het niet juist aanvoelde. We weten ook hoe het voelt wanneer de inspiratie even is opgedroogd. Vandaar dat we bijvoorbeeld met And They Spoke In Anthems – het soloproject van Arne Leurentop – in Duitsland hebben getoerd om uit te vissen wat er live al dan niet werkt.”

Esther Lybeert (zang, drums, toetsen): “Ik vond tekstueel ook geen goede invalshoeken en dan zwijg je beter. Wacht dan maar op het juiste moment zoals de Amerikaanse presidentsverkiezing die de tekst voor ‘Orange Monkey’ opleverde. (lachend) Onnodig te zeggen over wie het gaat.”

‘Il est où le manchot’ of ‘Siberian Times’ verwijzen naar de belabberde toestand van onze planeet. Lig je daar ’s nachts wakker van?

Lybeert: “Je kan je ogen niet sluiten voor wat er aan de hand is. We hebben zelf geen kinderen, maar vragen ons wel af hoe de volgende generaties de puinhoop moeten opruimen. Voor ‘Il est où le manchot’ dacht ik aan een uitgestorven planeet waarop nog enkel pinguïns leven terwijl ‘Siberian Times’ vertelt over het ontdooien van de permanent bevroren Siberische ondergrond. Dat leidde tot een heropflakkering van de miltvuurbacterie die een slachting onder de rendieren aanrichtte.”

Mooi hoe je zo’n dramatische toestanden speels verpakt zonder aan de boodschap te knibbelen.

Lybeert: “Ik wil niet preken maar we mogen er de ogen niet voor sluiten. Het is niet moeilijk om zelf je steentje bij te dragen: vermijd plastic als het kan, rijd zo weinig mogelijk met de wagen, koop bewust.”

Qua engagement gaan jullie verder dan alleen maar woorden. Zo is er live een link met het WWF.

Esther: “We steunen de herintroductie van de otter in ons land. We verkopen lolly’s tijdens een concert en er staat een heuse ‘lollypotter’. Iedereen die langs de kassa passeert, kan een vrije bijdrage in die pot doen. Het geld gebruiken we om wildcamera’s aan te kopen die nodig zijn om de otter te monitoren en op te volgen. Zo’n camera kost 250 euro en zo hadden we na ons concert in de Gentse Handelsbeurs al een eerste exemplaar. Hopelijk kunnen we er na de passage in de Roma weer eentje bijkopen. Verder gaan ook alle opbrengsten van de single ‘Siberian Times’ naar het WWF. Eigenlijk zijn die goede doelen vertrokken vanuit de inhoud van de plaat en zo voelt het ook goed aan.”

Je hoort dat ‘Ten For A Bird’ heeft mogen rijpen. Was er een soort masterplan voor de zogenaamde moeilijke derde?

Flamand: “Helemaal niet. Het is een verbrokkeld parcours geweest, zowel in tijd als in plaats. We hebben zaken bij ons thuis opgenomen, maar evengoed in een repetitiekot van bevriende muzikanten. Of in de studio van Jan Chantrain, de producer van deze plaat en ook van ‘Patterns’. Hij is het derde onzichtbare lid en een gedroomd klankbord. Dankzij hem kunnen we met zijn tweeën liedjes schrijven, opnemen en optreden.”

Wat maakt het zo heerlijk verdwalen in jullie wonderlijke klankwereld? Je hebt een verleden bij o.a. Hooverphonic en An Pierlé terwijl Maarten bij Gentse rockbands als Cloon of Elefant buiten de lijntjes kan kleuren.

Lybeert: “De symbiose tussen Jan, Maarten en mezelf. We zitten meteen op dezelfde golflengte waardoor we supersnel kunnen werken. En als koppel kunnen we ongegeneerd eerlijk en streng zijn tegenover elkaar. Maar we gaan steeds als vrienden slapen.”

Flamand: “Jan heeft me ten tijde van ‘Patterns’ het roer doen omgooien. Ik had bijvoorbeeld een gitaarriff die sterk afweek van wat we eerder hadden gedaan. Jan zag daar een nieuwe benadering in als we bereid waren om het verleden los te laten. En dat hoor je op ‘Ten For A Bird’. Die lijn is hier nog sterker doorgetrokken. Zo is er de riff voor ‘Orange Monkey’. Zeer hoekig, superbizar en niet bepaald hapklaar luistervoer. Het leek onmogelijk om daar een klassieke song uit te puren en dat hebben we dan maar niet gedaan. Eens we niet meer dachten binnen de strofe-refrein-structuur ging er een nieuwe wereld open.”

Esther, jij omschrijft The Antler King als twee muzikanten, samen met tien instrumenten.

Lybeert: “Met zijn tweeën zijn we een volwaardige band. The Antler King omschrijven als een singer-songwriter duo doet de waarheid oneer aan. Als gasten zijn er enkel de blazers en wat mannenstemmen. Ik heb door de jaren heen leren werken met ProTools en dat biedt heel wat vrijheid.”

Hoe ben je bij ‘Ten For A Bird’ uitgekomen?

Lybeert: “Door ‘One For Sorrow’, een traditioneel aftelrijmpje voor kinderen. Je telt tot tien en het laatste zinnetje is ‘ten for a bird you must not miss’. Het aantal vogels dat je dan ziet, bepaalt hoeveel geluk of ongeluk je zal hebben. Ik vond dat zo’n sterk beeld dat ik een nieuw aftelrijm met woorden van onze plaat heb gemaakt. Het is de hidden track. Aftellen heeft iets therapeutisch. Aftellen naar iets nieuws, de cyclus van het leven, het afsluiten van iets…. Het dekt de lading van de plaat en ‘Ten For A Bird’ heeft iets heel open in zich. En het feit dat ons logo een vogel is, maakt het plaatje volledig.”

Dirk Fryns

Live donderdag 31 januari in de Roma, Antwerpen. Alle concerten vind je op www.theantlerking.com.