Amper 19 binnenlandse adopties in 2018

In 2018 zijn er in Vlaanderen maar 19 binnenlandse adopties uitgevoerd. De voorbije tien jaar schommelde het aantal binnenlandse adopties tussen de 22 en 35. Dat blijkt uit cijfers die Belga heeft opgevraagd bij Kind & Gezin. Vlaams parlementslid Lorin Parys (N-VA) gebruikt de cijfers als kapstok voor een bezorgdheid. Hij waarschuwt voor de “zoektocht naar het perfecte kind”. Het aantal binnenlandse adopties in Vlaanderen is al jaren stabiel. De laatste vijf jaar schommelde het aantal plaatsingen van 22 (2015) naar 23 (2016) en 29 (2017). Volgens cijfers van het Vlaams Centrum voor Adoptie (VCA, binnen Kind & Gezin) zakte het cijfer in 2018 onder de 20. Zo waren er in 2018 in totaal 19 plaatsingen.
Die 19 plaatsingen gebeurden in acht gevallen bij een homokoppel en in negen gevallen bij een heterokoppel. Daarnaast was er ook telkens één adoptie bij een alleenstaande man en een alleenstaande vrouw. Het hoge aantal homokoppels in de cijfers is niet nieuw. Zo kwamen in 2017 20 van de 29 geplaatste adoptiekinderen terecht in een gezin met twee vaders.
Uit cijfer die Vlaams parlementslid Lorin Parys (N-VA), zelf vader van twee pleegkinderen en een adoptiekind, heeft opgevraagd, blijkt verder dat het aantal kandidaat-adoptieouders dat kan starten aan het voorbereidingstraject daalt. Terwijl het er in 2016 nog 239 waren, stond de teller eind november 2018 maar op 167. De gemiddelde wachttijd om het traject te starten is 2 jaar en 8 maanden. De wachttijd tot de adoptie effectief rond is, is volgens Parys wel gedaald tot 5 à 6 jaar terwijl dat enkele jaren geleden nog 8 à 9 jaar was.
Parys maakt zich wel zorgen over wat hij bestempelt als “de zoektocht naar het perfecte kind”. Kandidaat-adoptieouders willen volgens hem enkel nog pasgeboren en gezonde kinderen zonder beperkingen of ‘rugzakje’.
De N-VA’er beseft dat het “delicaat” is, maar hij ziet een mogelijk verband met het hoge aantal homo-adoptieouders. Het gaat vaak om hoogopgeleiden die hypervoorbereid aan hun adoptietraject starten. “Ze willen geen enkel risico lopen. ‘Onze kinderen zullen het al moeilijk genoeg hebben met twee papa’s’, hoor je dan. En dus gaat vaak de deur toe voor het kleinste risico op een ‘minder dan perfect’ kind. Natuurlijk geldt dat niet voor elk homokoppel dat adopteert, maar de tendens is duidelijk”, meent Parys.

bron: Belga