Unia noemt aanslag “haatmisdrijf tegen Joodse gemeenschap”

Unia noemt aanslag "haatmisdrijf tegen Joodse gemeenschap"

Unia noemt de aanslag op het Joods Museum, op 24 mei 2014, een “haatmisdrijf tegen de Joodse gemeenschap”. “De daders hadden hun slachtoffers niet willekeurig gekozen, ze hadden het gemunt op Joden, dat is voor ons duidelijk, ” luidt het vandaag. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum heeft zich burgerlijke partij gesteld in het assisenproces dat deze ochtend is begonnen met de samenstelling van de jury. Volgens Unia is er sprake van een antisemitische drijfveer voor de aanslag. “De schietpartij raakte niet alleen museumbezoekers, medewerkers of hun aanverwanten. Volgens ons was de aanslag een boodschap en bedreiging aan het adres van de hele Joodse gemeenschap, waarmee duidelijk werd gemaakt dat elke Jood kwetsbaar is en ook een doelwit kan zijn”, zegt directeur Els Keytsman.

Omdat niet alleen een individu geschaad wordt door een haatmisdrijf, maar een hele gemeenschap, zorgde de wetgever ervoor dat er zwaardere straffen mogelijk zijn. “Wij spreken dan van verzwarende omstandigheden. Werd dus iemand gedood of verwond uit haat, misprijzen of vijandigheid tegen de groep die zij/hij vertegenwoordigt, dan spreken we van verwerpelijk motief en kunnen de straffen oplopen”, legt Keytsman uit.



“We weten in het algemeen dat terroristen haat gebruiken (aanzetten tot haat, geweld of discriminatie) om medestanders te rekruteren en te overtuigen. Bovendien getuigen bij verschillende aanslagen de doelwitten op zich al van haat. Dan denken we dus aan het Joods museum, maar evengoed aan de schietpartijen in Frankrijk door Mohamed Merah, die in een homo-nachtclub in Orlando of de aanslag in een kerk in Saint-Etienne du Rouvray.”

Unia onderstreept dat door mensen aan te vallen voor wat ze zijn of voor wat ze vertegenwoordigen, “de fundamenten van onze samenleving ondermijnd worden. Die samenleving is gebouwd op wederzijds respect, ongeacht afkomst, huidskleur, seksuele geaardheid of religie.”

bron: Belga