SOUNDCHECK. Novastar: “Muziek is voor mij een kwestie van leven of dood”

Oer-Belgische degelijkheid en passie hoeven elkaar niet in de weg te staan. Dat bewijst ‘In the Cold Light of Monday’. De twaalf songs op de vijfde Novastar-plaat zijn als een hete kop koffie op een koude winterochtend: de perfecte zalf voor een zwaar gemoed.
Foto Serge Leblon

Oer-Belgische degelijkheid en passie hoeven elkaar niet in de weg te staan. Dat bewijst ‘In the Cold Light of Monday’. De twaalf songs op de vijfde Novastar-plaat zijn als een hete kop koffie op een koude winterochtend: de perfecte zalf voor een zwaar gemoed.

Vier jaar. Zo lang duurde het alweer voor die bewuste twaalf songs op papier en op plaat stonden. Net als bij zijn vorige albums. Dat kan geen toeval zijn, zou je denken. Maar niets is minder waar, verduidelijkt Joost Zweegers al snel.



Joost Zweegers: “Die vier jaar tussen mijn verschillende platen is puur toeval. Elk keer opnieuw. Bij mijn vorige plaat kwam het door een ongeval, ditmaal viel mijn producer onverwachts ziek. Tijd vliegt. Voor je het goed en wel beseft, zijn er weer vier jaar voorbij.”

Voor deze plaat trok je naar Brighton. Waarom net die plek?

“Mijn vorige album is ook in Groot-Brittannië opgenomen, samen met producer John Leckie. Vlak voor we de studio in doken voor de opnames is hij onverwachts ziek gevallen. Dat heeft me gedwongen om het roer volledig om te gooien. Ik ben op zoek gegaan naar een producer van hetzelfde kaliber die ik kon vertrouwen. Al snel kwam ik uit bij Mikey Rowe, de toetsenist die ook mijn vorige plaat al mee had ingespeeld. Dat was iemand die mijn werkethos kende, heel goed wist hoe gevoelig ik ben én ook nog eens een hoog niveau haalt. Maar daarvoor moest ik wel een half jaar naar Brighton verhuizen.”

Ging je vrouw meteen akkoord met die verhuis? Je hebt thuis twee kleine kinderen rondlopen.

“Mijn vrouw weet dat ik een einzelgänger ben en dat ik in Brighton moest zijn om mijn droom waar te maken. Daarvoor ben ik haar ontzettend dankbaar. Anderzijds is zo’n opnameproces ontzettend pittig. Daar komt veel stress bij kijken, je sluit je echt op in een soort van creatieve bubbel waar je niet uit komt tot je klaar bent. Mijn muziek is ook te intens om zomaar pauze te nemen, ik werk echt vanuit mijn hart. Dat is voor mijn omgeving niet altijd even aangenaam. In Brighton heb ik echt als een youngster in mijn kleine kamertje geleefd.”

Wat moet ik me daarbij voorstellen?

“Mijn studio keek uit op het strand. Om 8 uur ’s ochtends ging ik naar beneden en wandelde ik een uur naar de studio. Onderweg kon ik genieten van het zicht op de prachtige Brighton sky. Het contrast tussen de lucht en het blauw van de zee in de laaghangende ochtendzon is gewoon magnifiek. Brighton heeft ook een microklimaat. Het is er altijd net een paar graden warmer dan in de rest van het land. Tegen dat ik in de studio aankwam, was ik helemaal fris in mijn hoofd. Ik denk dat je dat ook hoort op de plaat.”

Je hebt ook voor het eerst overdag alles ingezongen. Normaal werk je altijd ’s nachts. Hoe is dat meegevallen?

“Heel erg goed. Als je ’s nachts componeert, dan is alles heel sferisch. Je weet voor je aan een jam begint vaak niet waar je zal uitkomen. Mede omdat er soms ook drank aan te pas komt. Het komt voor dat je je ook achteraf niet meer herinnert wat je gespeeld hebt. (lacht) Deze plaat is opgenomen tussen 9 uur ’s morgens en 5 uur ’s namiddags. Voor het eerst in mijn leven was ik om 11 uur ’s ochtends al aan het zingen.”

Je vergelijkt deze plaat zelf met je debuut. Hoe kom je daarbij?

“Een debuut heeft altijd iets fris, er is geen voorganger. Mensen reageren verrast. En ik heb het gevoel dat dat bij deze plaat ook zo is. Ik krijg veel radioplay en er is enthousiasme vanuit zowel Nederland als Wallonië. Dat doet deugd.”

Monitor je zelf de reacties in de media en op sociale media?

“Met sociale media houd ik me niet bezig. Ik ben er niet voor gemaakt en het kost me veel tijd en energie. Die steek ik liever in concerten of nieuwe muziek. Ik luister ook heel weinig oud materiaal terug: ik geef liever alles op het moment. Muziek maken is voor mij een kwestie van leven of dood. Tijdens een concert geef ik me volledig, ongeacht wie er in het publiek zit. Daardoor heb ik ook niet de behoefte om alles achteraf te ontleden: ik weet dat ik het beste al gegeven heb. Wie er zijn voeten aan veegt, flirt met de muze. En dan loop je het risico dat zij op een dag de benen neemt. Het nadeel is dan wel weer dat ik weinig pragmatisch ben, ik laat me leiden door mijn gevoel. Zodra ik tijdens een concert niets meer voel bij mijn muziek, stop ik ermee. Maar dat is me nog nooit overkomen.”

Eis je diezelfde overgave van de muzikanten waarmee je werkt?

“Nee, maar ik eis wel echtheid. De mensen die voor mij spelen, houden oprecht van mijn muziek. Voor mij is dit ook nooit een beroep geweest, wel een manier van zijn: ik bén deze muziek. Als autodidact kan ik geen noten lezen, maar ik ben verslaafd aan die klanken. Ik heb ook altijd gezegd dat ik niets wil doen puur voor het geld. Daarom schrijf ik ook bijna niets voor anderen. Als het resultaat is dat ik in een hutje op de heide moet wonen, dan is dat maar zo. Jarenlang heb ik geploeterd en geleefd op droog brood en beschuiten. Maar zelfs daar had ik geen enkel probleem mee: ik ben net blij dat ik mijn passie ontdekt heb en dat ik er blijkbaar in slaag om daar mensen mee te raken. Maar de muziek maak ik in de eerste plaats voor mezelf.”

Tommy-K-Tyson, een van de nummers op de plaat, is opgedragen aan de kapper van je moeder. Wat is het verhaal daarachter?

“Tom is jarenlang de kapper geweest van mijn moeder, zo hebben we elkaar leren kennen. Hij is ongeveer even oud als ik, maar een jaar of drie geleden werd hij zwaar ziek. Ik heb hem de laatste weken van zijn leven geholpen bij zowat alles wat hij nodig had. Dat heb ik met hart en ziel gedaan, maar dat was best heftig. Je bent eigenlijk ontzettend druk bezig met van ziekenhuis naar ziekenhuis te rijden. Om dat wat van me af te schrijven, werkte ik ’s nachts aan mijn muziek. Jammer genoeg is de song niet klaar geraakt voor zijn dood. De Tyson in de titel is zijn hondje. Om het geheel wat meer cachet te geven, heb ik er nog de ‘K’ van kapper aan toegevoegd. Tommy K Tyson: dat klinkt toch behoorlijk episch? Hij zou het alleszins geweldig gevonden hebben.” (lacht)

Mare Hotterbeekx

‘In The Cold Light of Monday’ is uit bij Sony. Novastar speelt vanavond in de Ancienne Belgique te Brussel.