Ook riviervissen blijven niet gespaard van de plastiekvervuiling

Ook riviervissen blijven niet gespaard van de plastiekvervuiling

Ook een beperkt aantal van de zoetwatervissen in rivieren bevat microplastics, zo blijkt uit een eerste verkennend onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO, de Universiteit Antwerpen en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel. De onderzoekers onderzochten het verteringssysteem van riviergrondels gevangen op 17 plaatsen in 15 Vlaamse rivieren. Grondels zijn een een vrij algemene soort in onze rivieren en beken en zijn dus interessant voor dergelijk onderzoek. In vier rivieren bleken riviergrondels microplastics te bevatten. Alles samen werd de maag- en darminhoud onderzocht van 78 grondels. In 9 procent van de vissen bleek minstens één stukje plastic te zitten. De contaminatie bleef beperkt tot vier waterlopen: de Dijle, de IJse, de Velpe en de Wimp. “Het plastic kan meegevoerd zijn met afspoelwater uit de nabijheid”, zegt onderzoeker Claude Belpaire van INBO. “De meeste waterzuiveringssystemen halen die erg kleine fractie plastics niet uit het water. De plastic deeltjes zijn afkomstig van grotere stukken plastic die via degradatie of fragmentatie afgebroken worden.”

De aard van het plastic varieert van polyethyleen over cellofaan tot nylon. Het is door de dieren naar binnen geslokt en bevond zich ergens in het verteringskanaal. Grondels fourageren in de modder en de sedimenten op de bodem van beken en rivieren en leven daar van kleine gewervelde diertjes. Omdat de microplastics die werden teruggevonden, allemaal erg klein waren – microplastics zijn stukjes plastic kleiner dan 5 mm – hebben ze het wellicht verkeerd ingeschat als voedsel.



Al bij al is de situatie in onze waterlopen nog niet alarmerend. “De vervuiling lijkt voorlopig nog beperkt te zijn, in elk geval voor deze vissoort”, vindt Belpaire. “De plastic deeltjes waren niet afkomstig van één bepaalde bron. Integendeel, hun samenstelling varieerde sterk en maar liefst zeven verschillende polymeren werden vastgesteld. Het meest aannemelijke is dan ook dat de deeltjes resten van zwerfvuil zijn.”

Omdat er nog onvoldoende vergelijkbaar onderzoek is gebeurd in Vlaanderen, is het zeer moeilijk om onderzoeksresultaten te vergelijken met gelijkaardige Europese studies, waar ook en soms veel meer plastics in zoetwatervissen werden aangetroffen.

“Ook al zijn deze resultaten niet meteen verontrustend, waakzaamheid blijft geboden omdat de mogelijk schadelijke gevolgen van de opname van plastics door vissen onvoldoende bekend zijn”, besluit Belpaire.

bron: Belga