Nina Derwael na nieuwe bekroning: “Wist niet eens dat er zoveel prijzen bestonden”

Nina Derwael na nieuwe bekroning:
Nina Derwael na nieuwe bekroning: "Wist niet eens dat er zoveel prijzen bestonden"

Nina Derwael ontving de Nationale Trofee voor Sportverdienste na haar uitzonderlijke prestaties in 2018. Begin november zette ze de kers op de taart met een wereldtitel aan de brug met ongelijke leggers op het WK in Doha. Het is voor Derwael de derde prijs dit najaar, na de Vlaamse Reus (een trofee van de Vlaamse sportpers) en het Vlaams Sportjuweel (een prijs van de Vlaamse gemeenschap). “Het blijft een hele eer”, liet de Limburgse optekenen. “Ik sta tussen heel wat grote namen.” “Het is heel speciaal opnieuw een prijs te winnen”, stak de nog maar achttienjarige turnster van wal. “Het is ‘zot’ om tussen al de grote namen te staan die deze prijs eerder wonnen. Het is al mijn derde prijs, ik wist zelfs niet eens dat er zoveel prijzen waren (lachend).”

“Mijn prestatie moet dan toch wel echt uitzonderlijk geweest zijn”, vervolgde de Truiense. “Na mijn titel in Qatar had ik niet gedacht zoveel prijzen te ontvangen. Het betekent duidelijk veel. Dat merk ik ook aan de media-aandacht. Die is nog veel groter dan vorig jaar. Mijn populariteit is de laatste maanden erg gestegen. Maar ik heb er in deze eindejaarsperiode wel een beetje tijd voor en doe het dan ook met plezier.”



Derwael nam na het WK nauwelijks pauze en is opnieuw volop aan het trainen. “Ik zal mijn seizoen normaal gezien in maart starten in de Wereldbekers van Bakoe (14-17 maart) en/of Doha (20-23 maart). In 2019 ligt mijn focus helemaal op het team. Ons kwalificeren voor de Spelen is het grote doel. Persoonlijk werk ik intussen aan nieuwe oefeningen. Ik ken mijn zwaktes, in de allroundcompetitie is dat vooral de sprong. Tijdens dat onderdeel loop ik altijd veel te veel achterstand op. Daarom vind ik het volgend jaar misschien nog iets te vroeg om echt te mikken op een medaille allround. De andere turnsters zitten natuurlijk ook niet stil. Het niveau zal een jaar voor de Spelen erg hoog liggen.”

Bron: Belga