Steeds minder Brusselaars kennen Nederlands

Het aantal Brusselaars dat van zichzelf zegt goed tot uitstekend Nederlands te spreken, is sinds 2001 gedaald van 33 procent naar 16 procent. Dat blijkt uit de nieuwe Taalbarometer die vrijdag wordt voorgesteld door VUB-onderzoeker Rudi Janssens en Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden Sven Gatz (Open Vld). De Taalbarometer brengt sinds 2001 het taalgebruik van de Brusselaars in kaart aan de hand van een steekproef bij 2.500 Brusselaars. De vierde editie van de barometer is nu klaar.
Een van de meest opvallende vaststellingen is dat het percentage Brusselaars dat van zichzelf zegt dat ze goed of uitstekend Nederlands spreken, is gedaald naar 16 procent. In 2013 lag dat cijfer nog op 23 procent en bij de eerste meting in 2001 nog op 33 procent. Ook voor het Frans dalen de cijfers. De zelfverklaarde kennis van het Engels neemt lichtjes toe tegenover de vorige barometer.
Volgens Vlaams minister Gatz zijn er verschillende verklaringen voor de daling van het percentage Nederlandskundigen in Brussel. Zo is er de “sterke instroom van nieuwe inwoners die van Brussel de voorbije jaren een superdiverse, kosmopolitische en meertalige stad hebben gemaakt”. In 2000 telde het Brussels gewest ongeveer 950.000 inwoners. In 2016 bedroeg het bevolkingsaantal net geen 1,2 miljoen.
Minister Gatz: “Die toename met 250.000 inwoners op een kleine twintig jaar is vergelijkbaar met een bevolkingsaanwas ter grootte van het aantal inwoners van de stad Gent, de tweede grootste stad uit het Vlaams Gewest na Antwerpen. Het aantal ‘Belgische’ Belgen is in dat totaalplaatje in het Brussels gewest gekrompen, waardoor ook het relatieve aantal mensen dat Nederlandskundig of Franskundig is daalde.”
Tegenover de daling van de kennis van het Nederlands, staat wel een stijging van het gebruik, bijvoorbeeld op Brusselse werkvloeren, bij het winkelen en als gebruikstaal tussen buren.
De nieuwe Taalbarometer toont ook aan dat de kennis van het Nederlands bij jongeren die het Franstalig onderwijs hebben gevolgd, daalt. Amper 7,8 procent van de 18-jarigen die het Franstalig onderwijs aflevert vindt van zichzelf dat ze Nederlandskundig zijn.
Als het van minister Gatz afhangt, moet er in het volgende Brusselse regeerakkoord een hoofdstuk komen over meertaligheid en in het bijzonder over de versterking van de tweetaligheid in het onderwijs. Gatz: “Meertaligheid is voor de Brusselaar een belangrijke factor om later werk te vinden, kennis van het Nederlands verhoogt die kansen nog meer. Het is ook een essentieel onderdeel voor gedeeld burgerschap.”

bron: Belga