Africamuseum – Congolezen herdenken doden in Tervuren

In Tervuren hebben enkele tientallen Congolezen zaterdag een eerbetoon gebracht aan de zeven Congolezen die de Wereldtentoonstelling in 1897 niet hebben overleefd. Dat gebeurde naar aanleiding van de officiële heropening van het gerenoveerde Afrikamuseum. Ook was er een “dekolonisatie”-wandeling rond het museum om de Congolezen te herdenken die omkwamen onder het koloniale regime, én naar aanleiding van de 77ste verjaardag van de bloedige onderdrukking van een mijnwerkersopstand in Katanga, in 1941. De zeven Congolezen die begraven liggen aan de buitenzijde van de Sint-Jan-Evangelistkerk in het centrum van Tervuren, moesten met 269 landgenoten tijdens Wereldtentoonstelling van 1897 in nagebouwde dorpen het dagelijks leven in Congo uitbeelden. Ze werden destijds in Tervuren tentoongesteld als inboorlingen van een ‘onbeschaafde’ kolonie. Twee Congolezen waren al tijdens hun verscheping onderweg gestorven, zeven kwamen in België om als gevolg van de koude zomer. Van degenen die ziek terugkeerden is niets bekend.
“We pleiten voor blijvend eerherstel van de zeven burgers en de ganse Congolese bevolking die zo zwaar te lijden hebben gehad onder de Belgisch barbarij”, klinkt het bij de initiatiefnemers. “De DR Congo is slechts in staatkundig opzicht onafhankelijk: buitenlandse economische machten buiten het land nog steeds uit als hun wingewest. Een correcte uitleg van het verhaal achter de zeven graven kan toekomstige generaties herinneren aan de tijd van onversneden kolonialisme en racisme en helpen dat zij nooit meer zwijgen over de verdrukking van andere volkeren.”
De aanwezigen pleiten ook voor een waardige gedenkplaat bij de zeven graven die recht doet aan de echte geschiedenis: “Een plaquette die zich onderscheidt van het huidige toeristische wegwijsbordje dat de wereldtentoonstelling uit 1897 als onderwerp heeft. De graven van deze slachtoffers verdienen hetzelfde zo niet meer respect als die van omgekomen kolonialen. Ook vragen we dat de graven regulier zouden onderhouden worden, zoals bij de ereperken van de beide wereldoorlogen.”

bron: Belga