MOVIES. ‘Utøya 22. juli’: “Ik wil de kijker zo dicht mogelijk bij de harde realiteit brengen”

MOVIES. 'Utøya 22. juli':
Foto Praesens Film

De Noorse regisseur Erik Poppe maakte een storm van protest los toen hij twee jaar geleden de plannen voor zijn nieuwe film ‘Utøya 22. juli’ bekendmaakte. Dat valt te begrijpen, want hij wou een pijnlijke pagina uit de recente geschiedenis van zijn land aanpakken: het bloedbad dat een extreemrechts terrorist in 2011 aanrichtte tijdens een politieke jeugdmeeting op het eiland Utøya.

Erik Poppe
Erik Poppe. AFP / J. MacDougall

Erik Poppe: “Deze film heeft van bij het begin grote discussies teweeggebracht. Was het te vroeg om een film te maken over dit onderwerp? Was het een goed idee om het te doen? Is het überhaupt mogelijk om dit verhaal op een waardige manier te vertellen? Voor alle duidelijkheid: ik begrijp die reacties helemaal. Ik heb me dat ook allemaal afgevraagd. Daarom ben ik ook nooit in discussie getreden met mensen die zich niet goed voelen bij deze film. Ik wou me concentreren op mijn werk om iets te produceren wat zo goed en zo sterk mogelijk was. Daarna moet elke kijker voor zichzelf beslissen of de film iets waardevols te bieden heeft.”

Je hebt ervoor gekozen om de hele film in één enkele camerabeweging te draaien. Wat is jouw redering achter die beslissing?



“Ik wou de film zoveel mogelijk uitkleden en me concentreren op de essentie van wat zich die dag heeft afgespeeld op het eiland. Ik wil de kijker zich dicht mogelijk bij de harde realiteit brengen. Ik maak me geen illusies. Een film kan nooit tonen hoe het echt was, omdat je het je onmogelijk kunt voorstellen als je het niet zelf meegemaakt hebt. Maar ik wou zien hoe ver ik het publiek kon drijven. Om die reden heb ik ook van bij het begin overlevenden van die schietpartij bij de film betrokken. Eerst heb ik talloze getuigenissen verzameld, daarna heb ik de mensen die zich sterk genoeg voelden uitgenodigd om als raadgevers mee te werken. Zij konden me helpen om alle details juist te krijgen, wat ik heel belangrijk vond.”

Voor je filmregisseur werd, heb je verschillende jaren gewerkt als fotograaf in conflictgebieden. Heeft die ervaring je geholpen om ‘Utøya 22. juli’ te maken?

“Zeker. Toen ik aan mijn medewerkers uitlegde hoe ik de film wou maken, heb ik hen beeldmateriaal getoond dat ik jaren geleden in Congo en Afghanistan heb gedraaid, filmpjes van 20 à 25 minuten. Het waren uitbarstingen van geweld waar ik gewoon door mijn camera keek en aanwezig was. Dat beeldmateriaal hebben we bestudeerd om te zien welke kwaliteiten we moesten overnemen om iets te maken wat waarachtigheid uitstraalt. De eerlijke manier om dit verhaal te vertellen, was door niet te monteren.”

Wat was de reactie van de overlevenden en de families van de jongeren die op het eiland waren toen je hen de afgewerkte film liet zien?

“Begin dit jaar hebben we drie weken lang allerlei vertoningen georganiseerd over heel Noorwegen, speciaal voor die mensen. Wie wou komen, was welkom. Er waren ook psychologische hulpteams aanwezig. Die vertoningen hadden verschillende bedoelingen: zodat die mensen de film zouden zien, zodat ze zich konden voorbereiden op de media-aandacht en vooral zodat ze zouden begrijpen wat ‘Utøya 22. juli’ niet is. Dat maakte echt een groot verschil. Bepaalde mensen die zich altijd negatief of sceptisch hadden uitgelaten over de film veranderden compleet van mening toen ze hem gezien hadden. Plots raadden ze hem aan iedereen aan, behalve aan de families die kinderen verloren hebben bij die massamoord. Nu vinden ze dit een belangrijke film. Er zijn ook mensen die van mening zijn dat ik ‘Utøya 22. juli’ niet had mogen maken, omdat ze het trauma nog steeds niet verwerkt hebben. En daar heb ik alle respect voor.”

Ruben Nollet / @rubennollet