MOVIES. Het aangrijpende ‘Capharnaüm’: “Ik wou straatkinderen een stem geven”

MOVIES. Het aangrijpende 'Capharnaüm':
Foto Mooz Films

Haar eerste film onderzocht de Libanese samenleving door de ogen van een schoonheidssalon, haar tweede door die van een geïsoleerd dorp. In haar derde film dompelt Nadine Labaki ons onder in de chaos van Beiroet. Ze vertelt over het moeilijke leven van de kinderen die er op straat leven. De film ging in Cannes aan de haal met de Juryprijs en won de Publieksprijs op het festival van Gent.

Jouw films zijn een microkosmos, alsof je door een sleutelgat naar de mensheid loert. Is dat ook het idee achter ‘Capharnaüm’?

Nadine Labaki: “Mijn films beginnen altijd vanuit een observatie. Ik kan uren aan een tafeltje of op een bank zitten en naar mensen kijken. Ik vraag me dan af waar ze naartoe gaan, waar ze aan denken, welke problemen ze hebben, hoe hun huis eruitziet… Ik ben altijd zo geweest. De menselijke natuur fascineert me. Zo is ook dit project begonnen. Ik wou weten wie dat kind was, dat op een avond voor mijn auto stond in Beiroet. Wat denkt hij? Hoe analyseert hij wat hem overkomt en weet hij dat het onrechtvaardig is? Beseft hij dat er iets anders is of is dit leven normaal voor hem? Het verhaal is ook geïnspireerd op Aylan Kurdi, het vluchtelingenkind dat dood aanspoelde op een strand in 2015.”

Je film is gebaseerd op honderden getuigenissen van kinderen zoals hij.



“Ik ging naar opvang- en detentiecentra en jeugdgevangenissen om te begrijpen hoe deze kinderen denken. Door met hen te praten, zag ik hoe kwaad ze zijn. Ze nemen veel afstand van wat er met hen gebeurt. Ik heb kinderen gezien die uit hun huizen zijn gevlucht, op straat leven en alleen kunnen overleven door zich te laten verkrachten. Kinderen met een lege blik. Velen hebben trouwens al zelfmoord proberen plegen. Een van hen zei me: ‘Ik weet niet waarom ik hier ben. Waarom heb ik een leven gekregen als niemand me graag ziet?’”

Wat voor volwassenen worden zij die het wel overleven?

“Sommigen zijn zo in shock dat ze niet meer reageren. Ze spelen niet meer en zijn in niets meer geïnteresseerd. Wat zal er gebeuren met die miljoenen kinderen die zo opgroeien?”

Welke boodschap wil je overbrengen met deze film?

“Een film is veel sterker dan gelijk welk politiek discours. Politiek houdt zich bezig met abstracte problemen, cijfers en statistieken. Cinema vermenselijkt het probleem en geeft het een gezicht. Die kinderen hebben elke waarde in hun leven verloren. Ze weten zelfs niet wanneer ze geboren zijn. Iemand die niet weet wat hij waard is, valt natuurlijk makkelijker ten prooi aan terrorisme. Ze blazen zichzelf op, vermoorden iemand of verkrachten een ander kind… Ik snap niet dat we daar als samenleving niet tegen in opstand komen. We revolteren tegen alles, behalve dat. Zolang onze eigen kinderen te eten hebben en in een bed slapen, gaat alles goed.”

Sommige critici vinden de film een ‘tearjerker’…

“Terughoudendheid is een modewoord. Veel cynische critici gebruiken het: een prachtige, ingetogen film. Waarom zou je een instinctieve emotie ophouden? Voor mij is terughoudendheid geen sterkte maar een zwakte. Het betekent dat je je emoties niet onder ogen wil zien, dat je geblokkeerd bent. Alles wat ik verafschuw. Het is makkelijk om in een bar in Parijs of Zwitserland te gaan zitten en te zeggen: ‘Het is te veel van dit en te weinig van dat’. Ga met je eigen ogen kijken wat er gebeurt in de wereld. De echte miserie, de echte tranen.”

Hoe reageert het publiek?

“Ik hoor mensen vaak zeggen dat ze anders naar kinderen op straat of onder een brug kijken sinds ze de film gezien hebben: ‘Ik kon niet meer eten na die film’. Wel, dat is de bedoeling. Zelfs die enkele critici zijn ontroerd, ze willen het alleen niet toegeven.” (lacht)

Elli Mastorou / @cafesoluble