“Strenge ggo-wetgeving staat duurzame landbouw in de weg”

Strenge ggo-wetgeving staat duurzame landbouw in de weg

“Moderne veredelingstechnieken inclusief genetische modificatie zijn van cruciaal belang voor een duurzaam landbouwbeleid”, vindt Godelieve Gheysen van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten in Brussel (KVAB). Volgens Gheysen zitten ggo’s (genetische gewijzigde organismen) onterecht in het verdomhoekje. Gheysen is professor bio-ingenieurswetenschappen aan de UGent. Samen met co-auteurs René Custers, Dominique Van Der Straeten, Dirk Inzé verdedigt ze die stelling in de reeks ‘Standpunten’, een publicatie van de KVAB. Gewassen met kleine wijzigingen aan het DNA horen niet thuis onder de strenge ggo-regelgeving, aldus Gheysen. “Er is nood aan een nieuwe, op recente wetenschappelijke inzichten gebaseerde regelgeving voor genetisch gewijzigde planten. De moderne technieken bieden een grotere doelgerichtheid en kunnen het veredelingsproces versnellen. Er komen heel wat uitdagingen op ons af, ook met betrekking tot de klimaatverandering. En daarbij kunnen ggo’s hun nut bewijzen.”

De wetgeving over de ggo’s dateert van eind jaren ’80 en werd destijds gemaakt op vraag van de wetenschappers zelf, uit voorzorg omdat ze toen nog niet wisten of er gezondheidsrisico’s zouden opduiken. Ze werd rond de eeuwwisseling herzien, maar werd niet bepaald soepeler. Sedert die tijd is de Europese ggo-wetgeving de strengste ter wereld.



“Planten die onder de ggo-definitie vallen, worden beschouwd als een aparte categorie en worden veel strikter gecontroleerd dan andere”, schrijft Gheysen. “Dertig jaar geleden was dat wellicht verantwoord door het gebrek aan kennis en ervaring.”

De regelgeving is, wat haar betreft, achterhaald. Volgens Gheysen en haar co-auteurs verschillen de minimale ingrepen in het DNA van planten in weinig of niets van hetgeen ook al spontaan in de natuur zelf gebeurt. De strenge Europese wetten hebben anderzijds wel verstrekkende economische gevolgen. “Uiteindelijk gaat het vooral om duurzaamheid en hoe we die het best kunnen dienen”, zegt Gheysen. “Als we een grotere diversiteit aan zaadbedrijven en aan robuuste rassen willen om de landbouw duurzamer te maken, dan is het hoog tijd om wat we in de afgelopen decennia over ggo-technologie hebben geleerd, ook effectief in de Europese ggo-regelgeving te verwerken.”

Volgens Gheysen leiden de strenge wetten tot monopolisering door de grote spelers in de markt en kunnen kleine en middelgrote bedrijven niet concurreren, omdat ze niet de capaciteit hebben om nog te investeren in de langdurige en dure tests die vereist zijn voor een ggo gecommercialiseerd kan worden. “De regelgeving moet ook voor kleinere veredelingsbedrijven de toegang tot de nieuwere veredelingstechnieken waarborgen”, besluit Gheysen. “Beleidsmakers kunnen zich daarbij gesteund voelen door wetenschappelijk onderzoek, dat aantoont dat de Europese burger niet de technologie, maar enkel bepaalde toepassingen ter discussie stelt.”

bron: Belga