Eedaflegging Kompany druk bijgewoond door familie en zoon Vincent

Eedaflegging Kompany druk bijgewoond door familie en zoon Vincent

De eedaflegging van Pierre Kompany was ongetwijfeld de drukst bijgewoonde bij de nieuwe Brusselse burgemeesters. De hele familie en ook zoon Vincent Kompany woonden de ceremonie bij. Pierre Kompany mag zich nu officieel de eerste zwarte burgemeester van België noemen. “Ik ben fier dat dit mij overkomt. Ik heb ook een parcours afgelegd dat deze conclusie verdiende. Zelf ben ik me altijd zeer aandachtig geweest voor de maatschappij waar ik in leefde. Ik ben nooit negatief geweest over de maatschappij waarin ik leef en iedereen heeft me uiteindelijk geadopteerd. En ik hen ook. Het is daarom een speciale dag vandaag”, vertelt Pierre Kompany.

De eedaflegging werd door de familie op luid gejuich en applaus onthaald. “Wij zijn fier op hem, want hij komt van ver. Je moet het in een context plaatsen. Dit was in België nog niet gebeurd en het was er tijd voor. Het is een manier om aan te tonen dat je als deel van een bepaalde gemeenschap ook een mening kan hebben”, legt Vincent Kompany uit.



“Ik ben hier als jonge Brusselaar opgegroeid en dan moet je maar denken in wat voor klimaat wij zijn opgegroeid als je iemand hebt die twintig jaar later pas doorbreekt. Ik hoop dat er nu meer komen. Dat zal een balans creëren in onze samenleving”, zegt de verdediger van Manchester City.

In Ganshoren vormt Pierre Kompany met zijn partij ProGanshoren (9 zetels) een meerderheid met de Liste du Bourgmestre (MR, nvdr.) (5 zetels) en Défi (2 zetels). Halfweg het mandaat staat Kompany de burgemeestersjerp af aan Jean-Paul Van Laethem (ProGanshoren).

“Ik wil een echte pater familias zijn in Ganshoren, zoals het woord burgervader ook stelt”, zegt Kompany. “Er zijn natuurlijk verschillende uitdagingen zoals die van de mobiliteit en de luchtvervuiling op de Keizer Karellaan. Daarnaast is er ook het onderwijs, waar we zeker een gemeenteschool bij moeten bouwen, of het plaatsentekort in de crèches. Zoals je ziet is er veel werk.”

bron: Belga