Betaalde stages moeten jongeren met specifieke profielen warm maken voor job bij politie

Om jongeren tot 25 jaar warm te maken voor een job bij de politie- en andere veiligheidsdiensten, zullen ze er binnenkort een jaar lang een betaalde stage kunnen uitoefenen. Het is voor het eerst dat bij de politie dergelijke betaalde stages worden ingevoerd, meldt het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). Met de maatregel wordt in de eerste plaats gemikt op jongeren met specifieke opleidingsprofielen, zoals bijvoorbeeld ICT-specialisten. “We willen die jongeren op die manier de kans geven om al eens te proeven van de veiligheidssector. Want we merken dat we nu heel wat jongeren niet bereiken, hoewel de politie toch nood heeft aan die jonge talenten”, zegt Olivier Van Raemdonck, de woordvoerder van Jambon.
“Een van de redenen waarom jongeren afhaken, is dat ze soms zeven tot acht maanden moeten wachten voor ze aan hun opleiding op de politieschool kunnen beginnen”, zegt Van Raemdonck nog. Door hen alvast een betaalde stage aan te bieden, wordt het mogelijk om die jonge mensen al sneller aan de politie te binden.
De rekrutering zal gebeuren op een jobbeurs tijdens de veiligheidscampagne Niveau S, die op 19 en 20 december plaatsvindt in Brussel. Daar zullen jongeren tot 25 jaar de mogelijkheid krijgen om zich kandidaat te stellen voor zo’n betaalde stage bij bijvoorbeeld de politie, OCAD of het Crisiscentrum.
De bedoeling is dat alle diensten en afdelingen van de politie betaalde stages kunnen aanbieden. Maar de stagiairs zullen geen arrestaties uitvoeren en niet op straat met een wapen rondlopen.
Van Raemdonck beklemtoont nog dat de betaalde stages niet dienen om het personeelstekort bij de politie op te lossen. Volgens recente cijfers is er een tekort aan 1.829 politieagenten. “Dit is op geen enkele manier bedoeld om die tekorten aan te pakken”, klinkt het stellig. “Al kan het op lange termijn natuurlijk wel een positieve invloed hebben als je op die manier de interesse van jongeren weet op te wekken.”

bron: Belga