Fraudeonderzoek Belgisch voetbal – Voetbalbond kreeg nog geen inzage in strafdossier

Fraudeonderzoek Belgisch voetbal - Voetbalbond kreeg nog geen inzage in strafdossier
Fraudeonderzoek Belgisch voetbal - Voetbalbond kreeg nog geen inzage in strafdossier

De Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) stelde zich burgerlijke partij in het grootschalige fraudeonderzoek in het Belgisch voetbal, maar heeft een maand na de bekendmaking daarvan nog geen inzage gekregen in het strafdossier. Dat bevestigde KBVB-woorvoerder Pierre Cornez woensdag. De burgerlijke partij kan beroep doen op een aantal rechten. Zo kunnen extra onderzoeksdaden gevraagd worden en is een schadevergoeding mogelijk. Bovendien beschikt de burgerlijke partij over de mogelijkheid om het volledige strafdossier in te kijken.
Dat die procedure lang duurt, is slecht nieuws voor het interne onderzoek van de KBVB. “Inzage in het strafdossier bespaart ons onderzoeksdaden en maakt het disciplinair onderzoek een pak eenvoudiger”, reageert Ebe Verhaegen, onderzoekscoördinator bij de KBVB. Hij leidt het disciplinair onderzoek dat in het zog van het strafrechtelijk dossier werd opgestart. “In het strafdossier staan ongetwijfeld elementen die het gerecht heeft verkregen met middelen die wij niet kunnen gebruiken, zoals bijvoorbeeld telefoontaps. Maar ons hele dossier hangt niet enkel af van het strafrechtelijk onderzoek. Wij onderzoeken zelf ook elementen, zowel à charge als à décharge.”
Verhaegen gaat na of er een poging tot competitievervalsing is geweest, maar ook of er mensen zijn die dat wisten en verzaakten aan de meldingsplicht. “Zodra het onderzoek gevoerd is, moeten wij onze eindconclusie neerleggen. We moeten bepalen of er voldoende elementen zijn die wijzen op competitievervalsing.”
Als dat zo is, wordt het dossier aanhangig gemaakt bij de Geschillencommissie Hoger Beroep, die bevoegd is in eerste aanleg. Voor een club schrijft het bondsreglement onder andere een schrapping (als de helft van de bestuursleden op de hoogte was), verplichte degradatie, zware boetes van 5 tot 20 procent van de clubinkomsten (minimum 15.500 euro voor 1A, 6.200 euro voor 1B) en bijkomende puntenaftrek voor. De minimumstraf voor een aangeslotene is een jaar schorsing.
“De strafvordering hangt natuurlijk af van de omvang van de competitievervalsing en het aandeel dat iemand daarin gespeeld heeft”, aldus Verhaegen.
Sinds enkele jaren kent ook de KBVB een regeling voor spijtoptanten. Clubs die erkend worden als spijtoptant ontlopen de schrapping en de kosten van de disciplinaire procedure. De boetes zullen gehalveerd worden, maar nooit onder het minimum. Aangeslotenen, zoals spelers, trainers en bestuurders, worden maximaal één jaar geschorst. En die straf kan eventueel met uitstel verleend worden, waardoor ze er de facto zonder straf vanaf komen. “Op voorwaarde natuurlijk dat zijn beweringen kloppen, iets bijbrengen aan ons onderzoek en niet enkel dienen om zichzelf te vrijwaren”, legt Verhaegen uit. De onderzoekscoördinator hoopt dat een spijtoptant zich aanbiedt. “Een spijtoptant kan ons tot in detail aantonen hoe alles in zijn werk is gegaan, wie daarbij betrokken was en wat zijn eigen aandeel is. Als die dat allemaal kan staven, dan maakt dat ons leven makkelijker. Want met die informatie kan je andere verdachten confronteren en verklaringen toetsen aan die van de spijtoptant.”
Over termijnen wilde Verhaegen zich niet uitspreken. Volgens het bondsreglement verjaart elke poging tot of daad van competitievervalsing na een periode van acht jaar. “Onnodig te zeggen dat we deze termijn niet zullen afwachten maar veel hangt af van de snelheid waarmee de onderzoeksrechter ons inzage zal verlenen.”

.



Bron: Belga