“Regering had recentere parameters in begroting kunnen steken”

Regering had recentere parameters in begroting kunnen steken

Het Rekenhof vindt dat de federale regering bij de opmaak van de begroting voor volgend jaar, recentere cijfers over de economische groei had kunnen gebruiken. Het effect zou niet enorm groot zijn, maar als de gewesten en gemeenschappen het konden, zou ook de ploeg-Michel ze mee in rekening hebben kunnen nemen, stelde raadsheer Rudi Moens. Het Rekenhof was in de Kamercommissie Begroting en Financiën uitgenodigd om er tekst en uitleg te geven bij zijn bedenkingen bij de opmaak van de begroting voor 2019. De federale regering rondde die oefening af aan het begin van de zomer, terwijl het budgettaire huiswerk pas halfweg oktober bij de Europese Unie moest worden ingediend.

Daardoor hield de regering rekening met macro-economische parameters die ondertussen al niet meer geheel bleken te kloppen. Zo ging ze uit van een economische groei van 1,6 procent van het bbp, terwijl het Planbureau dat cijfer begin september bijstuurde tot 1,5 procent. Ook werd duidelijk dat de spilindex niet pas in december, maar in juni zal worden overschreden.



“We denken dat de regering de laatste parameters nog had kunnen meenemen. Het bewijs is er: de andere entiteiten hebben dat wel gedaan”, stelde Moens. Meteen wil hij de mogelijke impact niet overroepen. “Het gaat maar over 0,1 procent. Dat is in het verleden al meer geweest, en heeft dus geen dramatisch effect. Maar het leek ons niet onmogelijk er nog rekening mee te houden”.

Het Rekenhof kwam ook terug op het tweede luik van de taxshift en de negatieve impact ervan op de begroting. Die wordt op 1,521 miljard euro geraamd, waarvan 1,067 miljard euro voor de federale overheid en 454 miljoen euro voor de gewesten, gemeenschappen en lokale besturen.

Volgens Moens ligt dat bedrag 216 miljoen euro hoger dan een eerdere raming uit 2015 – wat zowel bij leden van meerderheid als oppositie de wenkbrauwen deed fronsen, omdat zij naar eigen zeggen geen weet hadden van zo’n vroegere inschatting. Moens benadrukte wel dat grotere impact nu al verrekend zit in de begrotingsopmaak.

Het Rekenhof vindt ook dat de regering een gelijkaardige herraming zou moeten uitvoeren voor de hervorming van de vennootschapsbelasting, liefst tegen de begrotingscontrole. De regering gaat er van uit dat die operatie budgetneutraal is, met een veiligheidsmarge van 308 miljoen euro voor 2019. Vorige week bleek al dat de budgettaire waakhond daarvoor zijn hand niet voor in het vuur steekt.

Voor een aantal maatregelen die binnen die marge vallen, kwamen er wel nieuwe cijfers binnen – goed voor 109,7 miljoen euro – maar een reeks andere posten werden niet herraamd. Dat geldt bijvoorbeeld voor de afschaffing van de notionele intrestaftrek. Een “vingeroefening” bracht Moens echter voor de notionele intrestaftrek op een negatief verschil van 126 miljoen euro, naast dus nog een aantal andere onbekenden.

bron: Belga