Fremault relativeert nieuwe Europese inbreukprocedure luchtkwaliteit

Fremault relativeert nieuwe Europese inbreukprocedure luchtkwaliteit

De ingebrekestelling van de Europese Commissie over de luchtkwaliteit in België en meer bepaald Brussel en Antwerpen is een vooral territoriale uitbreiding van de ingebrekestelling van 2006 en vormt voor Brussel in wezen geen nieuwe etappe. Dat stelde Brussels minister van Leefmilieu Céline Fremault in antwoord op vragen van onder meer Annemie Maes (Groen). Zo wordt inzake stikstofdioxide nu ook Vlaanderen (overschrijding normen en type meetpunten) en Wallonië (type meetpunten) geviseerd.
Gisteren raakte bekend dat België een schriftelijke aanmaning krijgt omdat het Europese wetgeving rond luchtkwaliteit en schone lucht niet volgt. Vooral de luchtkwaliteit in Brussel en Antwerpen is volgens de Commissie problematisch: België heeft “bij voortduring niet voldaan aan de bindende grenswaarden voor stikstofdioxide in het Brussels gewest” sinds die waarden in 2010 zijn ingevoerd. Voor de Commissie is de lage-emissiezone “niet toereikend om zo spoedig mogelijk aan de wetgeving te voldoen”. Ook de locatie van de meetpunten voor stikstofdioxide in Brussel roept vragen op.

De minister benadrukte dat ze Leefmilieu Brussel de opdracht gegeven om het vonnis te onderzoeken. Ze somde de maatregelen die de regering sinds 2016 genomen had, zoals de LEZ, de nakende uitstap uit diesel en bezine, de energieperformatie van gebouwen, het Brussels energie-klimaatplan en de maatregelen bij vervuilingspieken. Voorts is vorige maand beslist het meetnetwerk uit te breiden, met name in de meest vervuilde sites. “Er komt tussen 2019 en 2026 één meetstation per jaar bij”, aldus de minister. Hierdoor heeft het Brussels gewest bijkomende argumenten voor zijn antwoord aan Europa.



Naast deze maatregelen is het volgens haar ook “absoluut noodzakelijk om een ambitieus mobiliteitsbeleid te voeren dat er naar streeft om het aantal afgelegde kilometers te veminderen en een ambitieus fiscaal beleid voor zowel voertuigen zals gebouwen uit bouwen”.

Voor Maes was het antwoord niet bevredigend.

bron: Belga