Beeldschermen houden kinderen dan toch niet wakker

Beeldschermen houden kinderen dan toch niet wakker
Foto Pexels

Hoe lang kinderen naar een scherm kijken heeft weinig invloed op hoe lang ze slapen. Dat is de conclusie van een studie van de universiteit van Oxford. Elk uur televisie kijken zou bijvoorbeeld slechts acht minuten slaap afnemen.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is lang naar een scherm staren niet dramatisch voor de slaap van kinderen. Dat stellen onderzoekers van de universiteit van Oxford. Zij baseerden zich voor hun studie op gegevens van een grote bevraging ui 2016 naar de gezondheid van Amerikaanse kinderen tussen 6 maanden en 17 jaar oud. Daarin moesten de ouders van 50.000 kinderen aangeven hoe lang ze met een smartphone of tablet bezig waren en hoe lang ze naar televisie keken en videospelletjes speelden. Uit de analyse bleek dat kinderen die wegblijven van technologie net iets langer slapen dan hun leeftijdsgenoten die wel veel naar een scherm kijken.



Concreet duurde de slaap van tieners die een hele dag lang niet naar een scherm hadden gekeken, gemiddeld 8 uur en 51 minuten. Zij die acht uur voor een beeldscherm hadden gezeten, waren 8 uur en 21 minuten in dromenland. Dat komt neer op een afname van de slaapduur met 3 tot 8 minuten per uur voor een monitor of smartphone.

Geen perfecte data als basis

Beeldschermen zijn tegenwoordig niet meer weg te denken en heel wat ouders raken ongerust over het effect ervan op hun kinderen. Zo leeft de vrees dat ze bijvoorbeeld een tablet meenamen naar bed en niet op tijd zouden gaan slapen. Ook zou het blauwe licht zou de aanmaak van melatonine vertragen en dat hormoon regelt het slaapritme. De US National Sleep Foundation heeft ouders al opgeroepen om alle beelschermen voor het slapengaan te bannen.

De nieuwe studie ontkracht die ongerustheid, maar de resultaten zijn niet perfect, dat geeft de auteur Andrew Przbylski zelf toe. Hij erkent dat veel gelijkaardige studies een kleine schaal hadden en “veel grotere onderzoeken” nodig zijn om tot eenduidig bewijs te komen. Przbylski beseft ook dat de data van zijn onderzoek niet ideaal was, omdat het afhing van de inschatting van de ouders van de kinderen.