SOUNDCHECK. Lady Linn: “Ik zing letterlijk de longen uit mijn lijf”

SOUNDCHECK. Lady Linn:
Foto R. Lommelen

Er is niet één Lady Linn. Er zijn er waarschijnlijk vijf, zes of zeven die de Gentse zangeres elk op hun beurt naar de oppervlakte laat komen. Op ‘Black Swan’, haar nieuwste album, is het een zelfzekere Lynn, die genoeg vertrouwen heeft om een bigband bij de hand te nemen en er andere oorden mee op te zoeken. Dwars door het verleden en met een korte stop bij de wasmachine.

Ervaring is een godsgeschenk. Als je je 15de verjaardag als muziekgroep viert, zoals Lady Linn en haar Magnificent Seven, dan weet je ondertussen wel al wat je kan, wat je niet kan en, vooral, wanneer je blind je instinct moet volgen. Zeker wanneer je een notoir twijfelaar bent en de Britse zangvogel Jonathan Jeremiah je persoonlijk de weg wijst. Dus volgde Lady Linn haar hart en dat leidde haar onverwachts naar een oude en luide liefde.



Lady Linn: “Ik was bezig aan een nieuwe plaat en zocht nog naar de juiste stijl, want het ging weer alle kanten uit. Tegelijk werd ik uitgenodigd voor enkele bigbandoptredens. Door die shows besefte ik dat dat echt mijn ding was, dat ik me daarin kon uitleven. Het doet zo’n deugd om met een bigband te zingen, want je moet al je kracht gebruiken. Je zingt bijna letterlijk de longen uit je lijf.”

“Het is ook iets wat ik al heel lang wil. Het leek alsof ik het altijd zou moeten blijven uitstellen, maar opeens was die mogelijkheid daar. Bovendien is Lady Linn & The Magnificent Seven 15 jaar oud, dus ik moest het album nu maken, niet volgend jaar.”

Bigband is een genre dat de tand des tijds lijkt te doorstaan. Wat blijft mensen erin aanspreken?

“Die kracht, dat indrukwekkende en de rijkheid van de arrangementen. Al die muzikanten samen vormen één mooi geheel. Er zitten lijntjes in verweven die je eigenlijk niet hoort, maar die toch kleur geven. En als ze allemaal uithalen, die energie, dat geeft me echt een kick. Eigenlijk raad ik iedereen aan om bij optredens zo dicht mogelijk te komen staan, zodat je het ook akoestisch hoort. Want dat is eigenlijk nog het leukste van al.”

“Een bigband is een klassiek format, maar ik heb geprobeerd om het wat open te trekken. Ik kan niet een heel album maken en die andere mogelijkheden niet verkennen.”

Hoe verliep de samenwerking met Jonathan Jeremiah, die ‘Black Swan’ mee producete?

“Ik had hem uitgenodigd om samen aan mijn teksten te werken, maar na verloop van tijd begon hij zelf mee te denken en te producen. Eigenlijk wou ik dat helemaal zelf doen, maar hij voelde dat ik het onderschat had. Alleen was het ook gelukt, maar dan was het niet zo goed geweest als nu. Maar goed dus dat hij erbij was.”

“Jonathan luisterde vooral of dat de groove goed zat en was vaak ook een vocal coach voor mij. Hij hoort wat een goede take is en wat niet. Zijn platen hebben ook altijd een heel warme klank en hij weet heel veel over de sound van de jaren 70.”

Muzikaal laat je je inspireren door het verleden, maar in je teksten leef je in het moment zelf.

“Ja, dat is altijd al zo geweest. Ik zing zowel over alledaagse zaken als over dingen waar ik mee worstel. ‘Black Swan’ gaat over je weg zoeken in het leven en vasthouden aan je eigenheid, durven de zwarte zwaan te zijn. Maar in ‘Laundry Day’ vertel ik dan weer over het moment dat ik tijd verspilde omdat ik vuile was in de wasmachine probeerde te steken, niet wist waar mijn hoofd stond en besefte dat multitasken niets voor mij is. Het is dus een plaat over het leven. (lacht) Dat is altijd al zo geweest. Als ik naar mijn eerste album luister, dan weet ik nog altijd over wie die nummers gaan en hoe ik me daarbij voelde.”

Hoe hebben de afgelopen 15 jaar je dan wel veranderd?

“Ik denk dat ik elk jaar verander. (lacht) En je blijft altijd veranderen. Ik ben volwassener geworden en heb ondertussen meer ervaring, een goede man en een kindje. Daardoor voel ik me zelfzekerder. Ik weet meer wat ik wil.”

Heb je het jezelf ooit beklaagd dat je je al aan zoveel verschillende stijlen waagde?

“Als je niet in één hokje blijft, is het soms opnieuw beginnen of meer vechten voor je plaats, maar ik heb altijd het gevoel gehad dat ik een lijn heb kunnen behouden. Ik kan ook niet anders. Ik schrijf wat ik wil schrijven. Als artiest is het belangrijk dat je jezelf probeert te vernieuwen. Ik zou niet heel de tijd op hetzelfde elan willen doorgaan. Dan zou ik me vervelen.”

Wat is die Lady Linn-lijn dan?

“Goh, misschien zit het op het basisniveau, in de kern van een nummer. Je blijft altijd met diezelfde invloeden werken, ik alleszins toch. Soul, dance, een beetje pop. Voor mij is het altijd een mengeling geweest van die stijlen. Misschien is die mix wel de rode draad.”

Als je van zoveel dingen houdt, is het dan moeilijk om het gewicht van de hitsingle ‘I Don’t Wanna Dance’ te dragen?

“Ik ben dat nummer heel dankbaar en je kan het mensen ook niet verwijten dat ze alleen maar die song kennen. Het is echt grijs gedraaid, maar ik zou iedereen willen oproepen om mijn andere nummers ook grijs te draaien.” (lacht)

“’I Don’t Wanna Dance’ heeft er wel voor gezorgd dat mijn eerste plaat heel goed verkocht heeft, waardoor ik ook mijn tweede kon opnemen, enzovoort. Zolang ik dat kan doen, zolang ik mensen kan overtuigen, vind ik dat nummer de max. Want het is een harde wereld. Je moet opboksen tegen heel veel concurrenten. Je moeten blijven knokken en ervoor zorgen dat je altijd beter wordt.”

Xavier Vuylsteke de Laps

‘Black Swan’ komt op 9 november uit bij Caroline Music. Lady Linn treedt op 23 november op in de Handelsbeurs en op 22 december in De Roma.