Europese Dieseltop vraagt oprichting Fonds voor Schone Lucht voor Europese steden

Europese Dieseltop vraagt oprichting Fonds voor Schone Lucht voor Europese steden

Er moet een door de auto-industrie gespekt Europees fonds in het leven worden geroepen om steden te helpen hun luchtkwaliteit te verbeteren, omdat zij en hun inwoners nog steeds de grootste gevolgen dragen van vervuilende dieselwagens. Dat staat dinsdag in de conclusies van de ‘Dieseltop’ die op de Brusselse Kunstberg plaatsvond. Volgens Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt (sp.a) zou een stad als Antwerpen zeker van de middelen uit het fonds gebruik kunnen maken. Het Europese stedennetwerk Eurocities, dat voorgezeten wordt door de Gentse burgemeester Daniël Termont (sp.a), de Europese gezondheidsorganisatie European Public Health Alliance (EPHA) en de ngo Transport & Environment bliezen dinsdag verzamelen voor wat ze de allereerste Europese Dieseltop noemden. Ze vinden dat er drie jaar na het losbreken van Dieselgate te weinig wordt gedaan aan de meer dan 43 miljoen vervuilende dieselwagens die nog steeds op de Europese wegen rijden.

In de conclusies van de top wordt een lans gebroken voor de oprichting van een Fonds voor Schone Lucht om de steden te helpen hun luchtkwaliteit te verbeteren. “Die steden kunnen dat op hun eentje niet aan”, zegt Kathleen Van Brempt, recent nog de voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie naar Dieselgate en dinsdag een van de sprekers op de top. “Daarom pleiten we voor een pan-Europees fonds, naar analogie met een gelijkaardig fonds dat een jaar geleden in Duitsland werd opgericht. (…) In het Europese fonds zouden de constructeurs het grootste deel moeten storten. De rest kan komen uit de Europese begroting en/of uit bijdragen van de Europese lidstaten.”



Voor Van Brempt moet het Europese fonds drie tot vijf keer de omvang van het Duitse fonds hebben, waar momenteel 1 miljard euro in zit.

Verder werd op de top ook tot een ‘retrofit’ van alle vervuilende auto’s opgeroepen. Van Brempt: “Europa moet de constructeurs een verplichte hardware retrofit opleggen – en geen niet-doeltreffende software retrofit – zoals dat in de VS is gebeurd en controleren of de wagens nadien de Europese normen halen onder reële rijomstandigheden.”

bron: Belga