Een vrouw op dertien raakt zwanger via niet-natuurlijke weg

(c) Unsplash

In 2017 werden minstens 4.688 vrouwen in Vlaanderen zwanger na een behandeling voor onvruchtbaarheid. Dat is één op de dertien of grofweg 7,5%, het hoogste percentage ooit. Dat blijkt uit het jaarrapport van 2017 van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE).

In 2007 bedroeg het aantal niet-natuurlijke zwangerschappen 1 op de 20. Tien jaar daarvoor waren dat er nog maar 1 op de 29. Volgens professor Roland Devlieger, gynaecoloog aan UZ Leuven, zijn er verschillende redenen voor die toename. «Wat zeker meespeelt is de stijgende leeftijd van de moeders. Met de toenemende leeftijd is er een dalende vruchtbaarheid, maar daarnaast spelen ook de beschikbaarheid en terugbetaling van medische begeleide bevruchtingen in België mee», legt de professor uit.

29 jaar oud bij eerste kind



Uit het SPE-rapport blijkt dat de gemiddelde leeftijd waarop een moeder in 2017 haar eerste kind kreeg 29 jaar was. In 1987 was dat nog maar 25,7 jaar. Meer dan één vrouw op de zes was 35 of meer op het moment van de bevalling. Ook het aantal 40-plussers is hoog en blijft stijgen: 2,9% is 40 jaar of ouder op het moment van de bevalling.

Daarnaast spelen ook andere redenen mee, die moeilijker na te gaan zijn. «Ik denk aan het feit dat koppels veel meer hun leven willen plannen, en sneller naar medische begeleide bevruchtingen gaan», aldus Devlieger, die ook de toename van obesitas en van holebikoppels die een kind krijgen toevoegt aan de lijst van mogelijke oorzaken.

IVF-behandelingen zitten in de lift

Gekeken naar de gebruikte technieken, blijkt dat het belang van de hormonale behandeling afneemt, terwijl het belang van in-vitrofertilisatie (IVF) en intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI) toeneemt. In 1991 was 70% van de medisch begeleide voortplantingen het gevolg van hormonale stimulatie en 30% van IVF. In 2017 waren IVF en ICSI verantwoordelijk voor 65,5% van de niet-natuurlijke zwangerschappen.

Verder blijkt uit het rapport ook dat thuisbevallingen aan het verminderen zijn, en nog slechts goed zijn voor 0,63% van de bevallingen. «Ik denk dat het een gezonde evolutie is dat meer en meer mensen opteren voor een veiligere ziekenhuisbevalling, ook omdat de huiselijkheid van de kraamafdelingen is toegenomen», zegt Devlieger daarover. Hij benadrukt dat thuisbevallingen niet altijd geregistreerd worden, een leemte die in de toekomst opgevuld moet worden.