BOOKS. Karin Heirstraten: “Tijd heelt de wonden niet”

BOOKS. Karin Heirstraten:
Foto R.V.

Op 2 november herdenken we met Allerzielen onze overledenen. Karin Heirstraeten zal dat ook doen. Zij verzorgde 2555 dagen, of 7 jaar lang, haar palliatieve partner. Op het einde behandelde ze dagelijks de open tumor die via zijn keel naar buiten groeide. Met liefde. Omdat ze hem het hem had beloofd. In ‘Het leven gaat door’ beschrijft ze die 7 jaar en de onvermijdelijke eenzaamheid die erop volgde.

In de naam der liefde is een mens tot veel in staat. Maar hoeveel is te veel? En tot wat kan de ware liefde nog leiden als die ‘happily ever after’ vervangen wordt door ‘six months left’? Het is een gedachte die mijn hoofd komt binnenwaaien bij het lezen van ‘Het leven gaat door’, het autobiografisch verhaal van Karin Heirstraeten. In het boek vertelt ze confronterend eerlijk over de hallucinante jaren waarin ze fulltime werkte, haar stervende partner verzorgde en ‘tussendoor’ ook nog eens twee kinderen opvoedde. Voor elk normaal mens is zoiets op z’n minst veeleisend, voor haar verbazend genoeg vanzelfsprekend.



“De diagnose van Walter (haar overleden partner, red.) kwam voor mij als een verlossing. In de twee jaar voor dat dodelijke verdict heb ik zijn persoonlijkheid zien veranderen, maar ik kon niet goed duiden waar dat precies aan lag. Aan de tumor in zijn hoofd, blijkbaar. De ziekte was het resultaat van brute pech: Walter had altijd gezond geleefd. De dokter vertelde ons dat hij nog zes maanden te leven had. ‘Dat kan niet, de kinderen zijn nog te klein. Zij hebben me nog nodig’, antwoordde Walter. De dag nadien is hij uit het ziekenhuis vertrokken. Hij heeft mij laten beloven dat ik er alles aan zou doen om dat zo te houden”, legt Heirstraeten uit.

Euthanasie

En dat deed ze. Karin verzorgde haar zieke partner thuis. Zes maanden werden zeven jaar, maar uiteindelijk was de situatie voor Walter niet meer leefbaar. “‘Papa wilde hier niet zo blijven liggen’ zei mijn zoon toen Walter in coma is gegaan. Gelukkig hadden we het papierwerk al in orde gebracht, maar dat bleek niet voldoende. Artsen en apothekers hebben het recht om euthanasie te weigeren en je de benodigde producten niet te verkopen. Ik heb zelf drie apothekers bezocht. Die mensen kenden mij, ze hebben me jarenlang alle medicatie verkocht, maar wilden me het verlossende product niet verkopen. Het was alsof ze niet goed beseften hoe moeilijk de situatie op zich al was. Uiteindelijk heb ik mijn huisarts gebeld en ben ik samen met hem op de fiets naar nog een andere apotheek gegaan. Daar hebben ze me twee dosissen meegegeven, een voor oraal en een voor intraveneus gebruik. Omdat hij al in coma lag, konden we het flesje niet gebruiken. Achteraf had ik dus nog één dosis over. Onverantwoord, als je bedenkt hoe slecht ik me in die periode voelde. Ik weet niet of ik er nog geweest zou zijn als ik geen kinderen gehad had.”

Na Walters dood volgde de eenzaamheid. Haar twee kinderen gingen naar de universiteit, Karin bleef achter in een leeg huis. Aan Walter had ze beloofd om opnieuw gelukkig te worden. Maar hoe doe je dat? Door het leven kei hard te omarmen. En door de tijd te nemen om te rouwen. Liefst in omgekeerde volgorde.

Emotionele radar defect

“Die belofte aan Walter herhaalde ik als een mantra in mijn hoofd. Ik moest en ik zou gelukkig worden, voor verdriet was er geen plaats. Toen besefte ik niet dat ik het onmogelijke van mezelf eiste. Rouw is iets heel fysiek: je emotionele radar is stuk. En je hebt heel veel warmte en liefde nodig om dat te ‘herstellen’. Ik klampte me vast aan elk lief woord, aan elk teken van liefde. Op zo’n moment ben je zo kwetsbaar dat er heel gemakkelijk misbruik van gemaakt kan worden. Dat is ook mij overkomen, mijn beoordelingsvermogen was het noorden kwijt. Daar komt nog bij dat ik het zelf heel moeilijk vind om hulp te vragen. Ik wilde mijn omgeving, en zeker mijn kinderen, niet belasten. Ik moest het van mezelf alleen oplossen.”

Sociaal isolement

“Ook anderen vonden het moeilijk om me nog te zien. Omwille van die lege stoel. Omwille van dat gigantische verdriet, de olifant in de kamer. Ik hoop dat mensen door het lezen van dit boek beseffen dat ze helemaal niets moeten doen of zeggen, ze moeten er gewoon zijn. Wegblijven is zowat het ergste dat je kan doen. Pas op: ik verwijt niemand iets hoor. Ik had op dat moment ook niet de kracht om mijn omgeving te laten weten dat ik hen nodig had. Ik wilde per se sterk blijven. Daar heb ik later een de prijs voor betaald. Nu durf ik me wel kwetsbaar op te stellen. Dat is niet enkel helend voor mezelf, ik hoor dat anderen daar ook veel aan hebben.”

Uiteindelijk trok Karin er op aanraden van haar huisarts op uit. Naar de warmte. “In het begin heb ik een paar groepsreizen gedaan. Met een stuk of tien mensen ging ik stappen. Ik moest zelf niets doen of regelen, enkel volgen. Wat een verademing! In zo’n groep zit er altijd wel iemand waar je goed mee kan opschieten. En als je geen zin hebt om te praten, dan loop je gewoon vanachter. Ook andere mensen die alleen reizen, hebben een verhaal. Dat kan troost bieden.”

Veertien jaar na de dood van Walter heeft ze van reizen haar leven gemaakt. Samen met haar nieuwe partner trekt ze er elke winter op uit. Ondertussen heeft ze 30.000 kilometer op de fiets door Azië gereisd, een ongelooflijke ervaring. “Daar mis ik Walter minder. Daar zijn we nooit samen geweest. Bovendien helpt de dopamine die vrijkomt dankzij dat sporten om je gelukkig te voelen. Wie stopt met bewegen, valt gewoon stil. In elk opzicht.”

Verdriet slijt niet

“Onlangs is de moeder van een goede vriend gestorven. En dan komt alles opnieuw naar boven, met dezelfde intensiteit. Tijd heelt de wonden niet, wel wat je met die tijd doet. Dit jaar ben ik zestig geworden. Dat is al tien jaar langer dan Walter. Ik probeer de kleine dingen in het leven te waarderen, want ik besef dat elke mooie dag er eentje is die Walter nooit gekregen heeft.”

Mare Hotterbeekx

Karin Heirstraeten, ‘Het leven gaat door’, Davidsfonds/Infodok, 320 p., 22,50 euro