Nationale rijkdom geen garantie voor onderwijsgelijkheid

Leven in een rijk land biedt geen garantie voor gelijke toegang tot kwaliteitsonderwijs. Kinderen in minder welvarende landen presteren vaak beter op school, ondanks minder nationale middelen. Dat blijkt uit de Report Card 15 van het Unicef-onderzoekscentrum Innocenti. “Een oneerlijke start: ongelijkheid in onderwijs van kinderen in rijke landen” geeft een ranglijst van 41 lidstaten van de Europese Unie en de OESO volgens de omvang van ongelijkheden op het vlak van onderwijs op kleuterscholen, lagere en middelbare scholen.
Het rapport richt zich op twee indicatoren van ongelijkheid: op het voorschoolse niveau is dit het percentage leerlingen ingeschreven in georganiseerde leerstructuren een jaar vóór de officiële leeftijd waarop ze beginnen met de basisschool. Voor zowel de basisschool (in het vierde jaar basisonderwijs rond de leeftijd van 10) als de middelbare school (15 jaar) is de indicator, de kloof in de scores tussen de laagste en de hoogst presterende leerlingen.
In 16 van de 29 Europese landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn, hebben kinderen uit het armste vijfde van de huishoudens een lagere opkomst voor kleuters dan kinderen uit de rijkste vijfde huishoudens.
België staat op de 10de plaats op 41 landen voor toegang tot voorschools onderwijs en op de 9de plaats op 29 landen voor leesscores in basisonderwijs. In de ranglijst op het vlak van leesvaardigheidstesten bij 15-jarigen in het middelbaar onderwijs staat ons land op de 28ste plaats op 38 landen.
“Wat ons rapport laat zien, is dat landen hun kinderen het beste van twee werelden kunnen bieden: ze kunnen standaarden van topkwaliteit in het onderwijs bereiken én relatief weinig ongelijkheid hebben”, zegt dr. Priscilla Idele, directeur ad interim van Unicef Innocenti. “Maar alle rijke landen kunnen en moeten meer doen voor kinderen met een kwetsbare achtergrond omdat die kinderen het grootste risico lopen om achtergesteld te worden.”

bron: Belga