Hilde Van Mieghem krijgt van Raad voor Journalistiek gelijk tegen P-Magazine

Hilde Van Mieghem krijgt van Raad voor Journalistiek gelijk tegen P-Magazine

Hilde Van Mieghem had vorig jaar vooraf moeten kunnen reageren vooraleer P-Magazine een artikel publiceerde over de actrice. Dat heeft de Raad voor de Journalistiek geoordeeld. Van Mieghem kreeg het vorig jaar online zwaar te verduren nadat ze in de nasleep van de zaak Bart De Pauw de verdediging opnam van de slachtoffers van de televisiemaker. Op Facebook circuleerde in november 2017 een post. Een journalist plaatste die, met zijn instemmende commentaar, integraal op de website van P-Magazine. Aan de post werden bovendien uit hun context gehaalde naaktbeelden van de actrice toegevoegd. De beelden kwamen uit de film “Blonde Dolly”, terwijl de suggestie werd gewekt dat het om Playboy-foto’s ging.

In het artikel met de titel “Hilde Van Mieghem maakte dankbaar gebruik van haar lijfelijke charcuterie” werd de actrice hypocriet gedrag verweten omdat ze het voortouw nam in de ‘Metoo’-discussie, terwijl ze vroeger in het naaktblad Playboy had geposeerd. Van Mieghem werd niet gehoord voor publicatie en de beelden werden gepubliceerd zonder haar toestemming. Na negatieve reacties verwijderde P-Magazine het stuk van zijn website en bood het via Twitter zijn excuses aan de actrice aan.



Samen met het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen trok Van Mieghem echter naar de Raad voor de Journalistiek. Die Raad heeft hen nu gelijk gegeven. “De Raad geeft met zijn uitspraak een duidelijk signaal”, zegt het Instituut. “Aangezien de journalist in het stuk ernstige aantijgingen uit die de eer en de goede naam van Hilde Van Mieghem betreffen, had zij de mogelijkheid moeten krijgen om voor de publicatie van het stuk op de aantijgingen te reageren. De Raad oordeelde tevens dat de context en herkomst van de toegevoegde naaktbeelden niet correct werden weergegeven, wat de deontologische code schendt.”  

Van Mieghem en het Instituut betreuren wel dat de Raad zich niet uitspreekt “over de mate waarin het ernstig seksistische karakter van het artikel, en de verspreiding van de ernstig seksistische Facebookpost, ingaan tegen de journalistieke deontologie”. Het Instituut stelt vast dat er geen enkele instantie is die zich uitspreekt over het al dan niet toegelaten karakter van gepubliceerde seksistische haatspraak of beledigingen. “Slachtoffers kunnen ook niet terecht bij de strafrechter wanneer het gaat om een seksistisch drukpersmisdrijf. Daarvoor is geen correctionele vervolging mogelijk, in tegenstelling tot voor racistische drukpersmisdrijven”, luidt het.

bron: Belga