Onze journalist trok een maand door Vietnam: “Twee werelden op een dunne, zuidoost-aziatische lap grond”

Kiezen is verliezen, dus Vietnam weigert te kiezen. Het uitgestrekte Aziatische land heeft alles, maar is op weg om dat allemaal in naam van de vooruitgang overboord te gooien. Tot het zover is, biedt Vietnam het beste van twee werelden. Overrompelend en rustgevend, uitdagend en omarmend.

Kwatongen beweren dat Vietnam een Thailand in wording is en dat je eigenlijk al te laat bent om nog te genieten van de authentieke pracht. Wel, haters gonna hate, hate, hate, maar ongelijk hebben ze niet echt. Al zijn ze wel voorbarig.



Het land staat in een spreidstand, steunend op de toekomst en het verleden. Dat vertaalt zich in een schizofreen, maar fascinerend spectrum tussen hectiek en complete rust. Het is onmogelijk om al die facetten apart te bespreken. Daarom beperken we ons, net zoals bij een aflevering van ‘Thuis’, tot een samenvatting van de meest dramatische momenten. In dit geval: de oordovende metropolen en het muisstille platteland.

De anonieme steden

Er is iets aangenaams aan van tijd tot tijd opgeslorpt te worden door een stad. Je volledig over te geven aan geuren en bewegingen die zonder jou zijn ontstaan en zonder jou zullen verdergaan. En geen betere plek daarvoor dan Ho Chi Minh en Hanoi. De twee belangrijkste steden van Vietnam leven op een hyperactiever ritme dan we bij ons ooit hebben gekend en hun DNA wordt nog steeds bepaald door het oorlogsverleden van het land.

Ho Chi Minh is wat er zou gebeuren als je een westerse stad op een steroïdenkuur zou zetten. De stad diende tijdens de oorlog als uitvalsbasis van de Amerikanen en is die invloed nooit kwijtgeraakt. Alles is op zich herkenbaar en kent zijn eigen versie bij ons, maar is grootser, drukker of chaotischer. Zo is de collectieve koffieverslaving er van een ander kaliber. Je struikelt er bijna letterlijk over de koffiebars, de een nog trendyer dan de ander. Het neonlicht van de vele restaurants en winkels verdrijft de nacht tot in de kleinste hoeken en de elektriciteitsdraden hangen met 50 aan een paal. De straten voelen ruim aan, maar zijn allemaal volgestouwd met scooters. Het is geen uitzondering om er 200 voor een rood licht te zien staan.Het enthousiasme voor de toekomst is er aan sneltempo de stadsplanning voorbij gesneld.

Hanoi kijkt de andere kant uit. Niet naar wat zal komen, maar naar wat geweest is. De stad is tijdens de oorlogsjaren altijd in handen gebleven van de Vietnamezen en pakt trots uit met zijn authenticiteit. Alles is gefocust op het oude stadscentrum. Dat heeft veel weg van het bruisende en krioelende Napels, maar opnieuw met een groeihormoonprobleem. Alles puilt er uit op straat. Winkels, inboedels van winkels, eetkramen, terrassen, alles wat je kan bedenken is onder de bescherming van een boom of afdak te vinden. De stad eet ook vooral in openlucht en is het mekka van de Vietnamese streetfood. Een pho bo als ontbijt, een bahn mi-broodje tijdens de middag en een banh xeo-pannenkoek als de nacht invalt. Een heerlijke smos van bij ons zal voortaan smaken als een gebruikte afwasspons.

De adembenemende natuur

Zo zeer als de overweldigende drukte in de grootsteden en de hordes toeristen aan de bekende attracties een teken zijn van de economische opmars van Vietnam, zo kenmerkend is de uitgestrekte leegte van het groene noorden voor de achterstand die het nog moet inhalen. Vanaf het centrum tot Hanoi valt het op dat iets buiten de stadscentra auto’s op de baan zeldzaam worden. Hier heerst uiteraard de brommer, maar ook opvallend vaak de fiets. De regio’s rond Phong Na, Ninh Binh en Sa Pa dragen dan ook nog steeds de stempel van een boers Vietnam. Hier ontmoet je mensen die het gedwongen simpel moeten houden, maar hun gastvrijheid is keer op keer verbazend. Hoe minder ze hebben, hoe meer ze lijken te geven. Vietnamese vrouwen des huizes zijn beledigd als er overschotten zijn op het einde van de avond, dus een gemakkelijke joggingbroek komt er even goed van pas als een muggennet.

De natuur van Vietnam kent zijn gelijke niet. Er zijn de bekende trekpleisters, zoals Halong Bay, een plek zo quasi buitenaards in zijn pracht dat het de stroom Chinezen meer dan waard is. Maar de ware schoonheid van de regio schuilt in het alledaagse. Ga wandelen tussen de heuvels van Sa Pa, waar boeren achteloos werken tussen de rijstterrassen, schijnbaar blind voor het oogstrelend ritme dat ze op het groene landschap neerleggen. Neem de fiets en sla willekeurig af in de Mekong Delta of het natuurpark Phong Na. Je zal de prachtige kanalen of indrukwekkende ossen die voor je neus opduiken niet meer kunnen tellen. Rij met de motor over de Hai Van-pas en vergeet niet te knipperen met je ogen terwijl de knikkerblauwe baai onder je voortschrijdt.

Kortom, doe in Vietnam. Rij, fiets, wandel, eet en leef in Vietnam. Neem het boomende toerisme, de smog en de occasionele zakkenvullerij erbij. Het maakt allemaal deel uit van de gespleten persoonlijkheid van een land dat binnen tien jaar niet meer zal zijn wat het nu is. Geniet zolang het nog kan van een indrukwekkend, ongenuanceerd en prachtig.

Tekst en foto’s door Xavier Vuylsteke de Laps