Huurprijsformule wijzigt niet, wel manier waarop marktwaarde wordt bepaald, nuanceert VVH

Huurprijsformule wijzigt niet

Dat de huurprijzen voor 154.000 sociale woningen veranderen is niet nieuw want dat gebeurt elk jaar. Wel nieuw is dat er voortaan gebruik zal worden gemaakt van objectievere parameters om de marktwaarde van zo’n woning te bepalen. Dat zegt de Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen (VVH) in een mededeling. De sociale huurprijs van alle sociale woningen wordt elk jaar berekend op basis van de sociale huurprijsformule. Aangezien de sociale huurprijs gebaseerd is op het inkomen van de sociale huurder is het logisch dat die elk jaar verandert, zegt Björn Mallants, directeur van VVH. “De huurders zijn dus gewoon dat elk jaar de sociale huurprijs verandert”, voegt hij eraan toe.

Aan de formule zelf wijzigt niets. Wat wel verandert, aldus de VVH, is dat de marktwaarde van de sociale woning in de toekomst via een objectief model wordt berekend, daar waar die marktwaarde tot nu toe werd bepaald via schattingen van notarissen. “Een schatting is natuurlijk per definitie minder objectief dan een rekenmodel met tal van criteria en de weging van de criteria is nu ook uniform in heel Vlaanderen. Daarnaast werd slechts een beperkt staal geschat en dit werd dan geëxtrapoleerd. In het nieuwe model wordt de oefening voor elke individuele woning gemaakt”, legt Mallants uit.



De marktwaarde is de huur die voor een gelijkaardige woning op de private markt zou worden betaald. Het is tegelijk de maximale huurprijs van een sociale woning. Belangrijke factoren die meespelen in het bepalen van de marktwaarde zijn de ligging, het bouwjaar van de woning en diverse kwaliteitsindicatoren, zoals dakisolatie, centrale verwarming en de staat van de keuken en badkamer.

Dat de marktwaarde nu via objectieve parameters zal worden berekend is voor de Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen een stap in de goede richting, maar de vereniging pleit in één adem voor een globale evaluatie van de financiering en de huurprijsberekening. Dat is nodig om de financiële gezondheid van de sector te blijven garanderen, luidt het.

“Door de enorme investeringen in nieuwbouw en renovatie stijgt onze leninglast sneller dan de inkomsten. Zo eten we beetje bij beetje de reserves op. Sommige huisvestingsmaatschappijen zitten al in zwaar weer. We hebben hierover een uitvoerige nota aan het beleid bezorgd met verschillende pistes. Een aantal positieve aanpassingen zijn reeds gebeurd, (…) maar voor een grondige bijsturing zijn we te laat in de legislatuur. We roepen de volgende Vlaamse regering dan ook op om hier werk van te maken”, besluit Björn Mallants.

bron: Belga