Koen Mortier over 'Engel': "De film gaat over liefde en angst, over hoop en wanhoop"

Ja, het boek van Dimitri Verhulst waarop de film ‘Engel' gebaseerd is, haalde op zijn beurt de mosterd bij de dood van Frank Vandenbroucke in Senegal. Neen, ‘Engel' heeft uiteindelijk maar weinig te maken met die noodlottige nacht. Het gaat zelfs niet enkel over wielrennen, stelt regisseur Koen Mortier (‘Ex-Drummer').
door
Axelle.Lot
Leestijd 3 min.

Hoe is ‘Engel' tot stand gekomen?

Koen Mortier: "Ik was eigenlijk bezig met een andere film, een bewerking van de verhalenbundel ‘Haunted' van Chuck Palahniuk, de schrijver van onder meer ‘Fight Club'. Dat project raakte echter vast en toen heb toevallig die novelle van Dimitri Verhulst gelezen. Diezelfde dag nog wist ik dat ik er een film van wou maken. Ik kon in mijn hoofd de stem horen van dat hoofdpersonage, die jonge Senegalese vrouw die smoorverliefd wordt op een blanke man en niet weet dat hij een beroemde wielrenner is."

Het tragische levenseinde van Frank Vandenbroucke ligt aan de basis van ‘Engel', maar is niet het onderwerp. Waar gaat de film volgens jou wel over?

"Over liefde en angst, over hoop en wanhoop. Het gaat over twee jonge mensen die elkaar vinden in hun tegenstellingen. Hij heeft alles maar wil of begrijpt het niet, zij heeft niets en zou alles willen. Tegelijk gaat het over de donkere kant van het wielrennen, sporters die in een doodlopend straatje belanden. Luis Ocaña pleegde zelfmoord, Jan Ullrich zit compleet aan de grond. Hoe moeten die jonge mensen omgaan met hun plotse rijkdom en roem? Doping speelt daar ook mee, niet het gebruik ervan maar de neveneffecten, de depressies en de aftakeling. Tot slot gaat ‘Engel' ook over Afrika, verschillende werelden die samenkomen."

Hoe was het om in Senegal te draaien?

"Verrassend. Toen we daar voor het eerst van het vliegtuig stapten, vroegen we ons af hoe we de film ooit voor elkaar zouden krijgen. Snikheet, extreem lawaaierig, honderden mensen die achter je aanlopen als je een taxi zoekt, overal chaos. Begin in die omstandigheden maar eens te draaien. Maar het viel veel beter mee dan we gevreesd hadden. Productioneel was het bijna alsof we in België werkten. Zelfs de moeilijke scènes verliepen vlot. Op een bepaald moment gaat het mannelijke hoofdpersonage, dat gespeeld wordt door Vincent Rottiers, flesjes water kopen op de drukste markt van Dakar. Iedereen verklaarde ons gek toen we zeiden dat we daar wilden draaien, maar op de dag zelf bleek alles perfect geregeld, tot en met de figuranten."

‘Engel' heeft een bijzondere look. Hoe heb je die ontwikkeld?

"Dat was een zoektocht. Vijf maanden voor de opnames zijn cameraman Nicolas Karakatsanis, art director Geert Paredis en ik naar Senegal gereisd om locaties te bekijken en veel foto's te nemen. Zeker de foto's die Nicolas had genomen, gaven al een goed idee van de stijl die ik wou. Het was mijn bedoeling om de toeschouwer de indruk te geven dat hij live zit te kijken naar die twee personages. Ik wou werken met lange shots, de tijd rekken, de spanning aanhouden, een ongemakkelijk gevoel creëren met het geluid en de muziek, zodat de kijker zelfs bij de verliefde en passionele momenten toch altijd op zijn qui vive is."

Met Vincent Rottiers en Fatou N'Diaye heb je twee sterke hoofdacteurs gevonden. Hoe zou je hun acteerstijl omschrijven?

"Vincent moest wennen aan onze organische manier van werken. Onze set is 360 graden open, wat betekent dat de acteur kan bewegen waar en hoe hij wil. De camera zal hem volgen zonder dat hij erop hoeft te letten. Vincent staat al sinds zijn 14de voor de camera en is het gewoon dat alles precies uitgetekend is. In het begin moesten we hem dus voortdurend geruststellen. Hij is technisch echter heel begaafd. De scène op het strand moesten we bijvoorbeeld achteraf niet opnieuw inspreken, want Vincent zei zijn zinnen perfect getimed tussen het geluid van de golven. En toch lijkt het niet geforceerd. Dat was heel straf om te zien. Fatou heeft minder metier, maar dat maakt ze goed met haar ijzeren wil. Ze is een vrouw met een doel en ze werkt keihard."

Ruben Nollet