Brutaliteit van leger jegens Rohingya in Myanmar “moeilijk te vatten”

Brutaliteit van leger jegens Rohingya in Myanmar
Brutaliteit van leger jegens Rohingya in Myanmar "moeilijk te vatten"

De brutaliteit van het leger in Myanmar tegen de Rohingya-minderheid is “moeilijk te vatten”, verklaarde een VN-onderzoeker vandaag bij de voorstelling van een nieuw rapport. De Verenigde Naties vragen, zoals eerder in een tussentijds rapport al het geval was, dat de topverantwoordelijken van het leger in Myanmar vervolgd zouden worden wegens genocide. Het 444 pagina’s tellende slotrapport van de VN-onderzoeksmissie voor Myanmar bevat een lange lijst van gewelddaden jegens de Rohingya, die, aldus de onderzoekers, behoren tot de ergste misdaden tegen het internationaal recht. Missievoorzitter Marzuki Darusman sprak tijdens de voorstelling dinsdag van “een totale minachting voor het menselijk leven”.

De leden van de onderzoeksmissie kregen geen toegang tot het land maar ondervroegen wel meer dan 850 slachtoffers en getuigen. De onderzoekers baseerden zich daarnaast ook op satellietbeelden.



In zijn presentatie beschreef Darusman de bloedbaden in de Rohingya-dorpen, waar de bevolking “omsingeld wordt en volgens geslacht gescheiden wordt”. “De mannen worden systematisch gedood, kinderen worden beschoten en in de rivier of het vuur gegooid. Vrouwen en meisjes worden voortdurend verkracht en velen onder hen worden ook fysiek en mentaal gefolterd”, luidt het. “De omvang, de wreedheid en de systematische aard (van het seksueel geweld) tonen overduidelijk aan dat verkrachting hier wordt gebruikt als oorlogstactiek”, verklaarde Darusman voorts.

In 2017 ontvluchtten meer dan 700.000 Rohingya Myanmar na aanhoudend geweld van het leger en boeddhistische milities. Ze zitten vast in gigantische vluchtelingenkampen in Bangladesh. Het leger in Myanmar wijst de beschuldigingen van mensenrechtenschendingen van de hand en stelt dat de campagne gericht is tegen rebellen die verantwoordelijk zouden zijn voor de dodelijke aanvallen op politieposten in augustus 2017.

Bron: Belga