David Poltrock: “Ik heb een haat-liefdeverhouding met de piano”

Foto R.V.

Na twee decennia vol muziek voor De Mens, Stash, Arid, Triggerfinger, Monza en Hooverphonic heeft David Poltrock eindelijk tijd gevonden voor zichzelf. Met ‘Mutes’, ‘Moods’ en ‘Machines’ heeft hij een muzikaal drieluik bij elkaar gespeeld.

David Poltrock: «Tussen de drie platen zit er steeds een periode van 88 dagen, verwijzend naar de toetsen op een piano. Het in maart verschenen ‘Mutes’ is een collectie van intieme piano-improvisaties. Het is een mooie aanzet naar ‘Moods’, dat deze zomer is verschenen. Die plaat draait rond atmosferische en cinematografische soundscapes. Binnen allerlei sonische texturen hoor je piano, aangevuld met elektronica. Het meest experimentele album, ‘Machines’, verschijnt op 21 september.»

‘Mutes’ was je echte eerste tastbare solowerk. Heb je lang moeten zoeken naar je eigen stem?



«Het is een lange rit geweest, maar ik ben een geduldig mens. Ik ben echt blij verrast met hoe mensen op ‘Mutes’ reageren. Dat een track als ‘Mutes#2’ meer dan 120.000 Spotify-streams heeft, geeft me de moed om verder te gaan. Ik krijg ook regelmatig reacties van fans. Blijkbaar ben ik erin geslaagd om mensen te ontroeren. Het voordeel van een pure, minimalistische en instrumentale pianoplaat is dat iedereen er zelf een verhaal bij kan dromen. En het is muziek die op een of andere bizarre manier zowel de soundtrack kan zijn bij een druilerige herfstdag als bij zonnig lenteweer.»

Is ‘Moods’ een soort overgangsplaat naar het hardere ‘Machines’?

«De eerste twee platen leiden naar het derde deel. Ze bereiden je voor. ‘Moods’ gaat al een stap verder dan ‘Mutes’. Ik gebruik nog steeds mijn vertrouwde Steinway buffetpiano, maar ik heb me ook gretig bediend van de ‘prepared piano’. Tussen de snaren breng je dan papier, vilt, bouten of houten pinnen aan en zoek je zo naar nieuwe geluiden. Ik heb zelfs bestek en doopsuiker gebruikt. (lachend) Alleen die pot yoghurt bleek niet zo’n goed idee.»

Hoe zou je ‘Moods’ zelf omschrijven?

«Als een dreigende soundtrack bij een film die nog gemaakt moet worden. Ik hoop dat het een meeslepende en intense muzikale ervaring kan bieden. Als referenties zou je Ryuichi Sakamoto, Brian Eno of Johan Johansson kunnen aanhalen.»

Je hebt je muzikaal talent door de jaren heen aan heel wat grote namen uitbesteed. Hoelang broed je op dit soloproject?

«Ik droom er al lang over, maar het werd pas concreet een jaar of vijf geleden. Ik begon in mijn studio te experimenteren, maar ik had nog niet genoeg vertrouwen om het uit te brengen. Het moest rijpen. Ik stuurde ook regelmatig wat opnames door naar bekenden voor feedback. Vaak kreeg ik dan te horen dat het te divers was. Zo ontstond het idee om alles op te splitsen in drie delen.»

“Ik wil dat mensen de tijd nemen om naar mijn muziek te luisteren”

Als luisteraar heb je de indruk dat je echt met je hoofd in de piano zit. Je hoort kraakjes, omgevingsgeluiden, vingers op de toetsen. Was dat de bedoeling?

«Absoluut. De piano is het instrument waar ik als kind een haat-liefdeverhouding mee had. Het keerpunt kwam er toen ik mijn piano’s begon te bewerken met vilt. Zo klinken ze veel minder agressief. En via de juiste microfoonposities bij het opnemen, lijkt het inderdaad alsof je in de piano zit. Ik ben zeer blij dat het wordt opgemerkt.»

Het mocht zeker geen muzak worden. Hoe heb je die gevaarlijke grens bewaakt?

«Ik ben zeker geen kenner van het werk van pakweg Olafur Arnalds, Nils Frahm of Ludovico Einaudi, al die zogenaamde ‘neoklassieke muzikanten’. Iemand als Frahm maakt wondermooie dingen, maar soms flirt hij ook wat met de betere koffiebarmuziek. Het is natuurlijk altijd een kwestie van smaak, maar ik vind het belangrijk dat je een verhaal vertelt. Ik probeer de emotie niet op te wekken door zomaar noten te herhalen. Ik wil dat mensen luisteren.»

Foto R.V.

Heb je dit eerst getest in een live setting?

«Ik heb thuis een try-out georganiseerd en Frank Vander Linden was daar ook bij. Achteraf liet hij me weten dat hij tranen in de ogen had bij bepaalde passages. Dat bereik je niet met oppervlakkige muzak.»

Ben je een rijkere en betere muzikant geworden dankzij dit avontuur?

«Zeer zeker. Ook een toekomstige samenwerking zal hier de vruchten van dragen. Ik hoop gewoon dat er heel wat mensen mijn muziek zullen horen. Ik heb er bijvoorbeeld niets op tegen om in een Spotify-speellijst naast een Craig Armstrong of Yann Tiersen te staan.» (lachend)

Dirk Fryns